Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling
Einde inhoudsopgave
Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling (IVOR nr. 83) 2011/5.4.4:5.4.4 Vertrouwen op externe informatie
Vertrouwen op informatie bij bestuurlijke taakvervulling (IVOR nr. 83) 2011/5.4.4
5.4.4 Vertrouwen op externe informatie
Documentgegevens:
mr. M. Mussche, datum 30-05-2011
- Datum
30-05-2011
- Auteur
mr. M. Mussche
- JCDI
JCDI:ADS607384:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Hamermesh 1986.
Longstreth 1982, p. 1189-1190.
Zie bijvoorbeeld Escott v. BarChris Gonst. Corp. (D.C.N.Y. 1968). Juristen kunnen alleen worden aangemerkt als expert voor bepaalde specialistische, nauw afgebakende taken, zoals het beoordelen van de rechtsgeldigheid van een octrooi (Mathews e.a. 1993, p. 837).
American Law Institute 1993, p. 837-838.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De meeste Amerikaanse literatuur en jurisprudentie over het vertrouwen op informatie van anderen betreft informatie van externe adviseurs. In de volgende paragraaf ligt de nadruk dan ook op deze groep. In de (oudere) literatuur wordt het vertrouwensverweer in het vennootschaps- en effectenrecht door elkaar besproken.1 Ik ben hier terughoudend in. Effectenrechtelijke gedragsnormen hanteren soms strict liability (bijvoorbeeld § 5 en 12(1) Securities Act 1933). Bij dergelijke normen is er geen plaats is voor een due care defense.2Bovendien is de bewijslastverdeling in het effectenrecht anders dan in het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht. Indien bijvoorbeeld komt vast te staan dat een prospectus dat is opgesteld onder gezag van een expert misleidend is, ontloopt de director aansprakelijkheid als hij redelijkerwijs meende dat het prospectus niet onjuist of onvolledig was. In tegenstelling tot in het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht, rust de bewijslast dan op de bestuurder. Daarnaast is de kring van voor vertrouwen in aanmerking komende personen veel kleiner dan in het aansprakelijkheidsrecht. Vrijwel uitsluitend accountants en auditors zijn expert in de zin van § 11 Securities Act 1933.3 De jurisprudentie laat zien dat directors risicoaansprakelijk worden gehouden voor fouten van adviseurs die niet als expert in de voornoemde strikte zin zijn aan te merken.4 Tot slot benadrukt het commentaar bij de Principles dat de daarin opgenomen vertrouwensbepaling zich niet uitstrekt buiten het terrein van de bestuurdersaansprakelijkheid. Ik laat het vertrouwensverweer in het effectenrecht (en andere rechtsgebieden dan het vennootschapsrecht) dan ook grotendeels buiten beschouwing.