Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.6.2:5.6.2 Inhoud van terugbetalingsverplichting hangt af van aard van ontvangen prestatie
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.6.2
5.6.2 Inhoud van terugbetalingsverplichting hangt af van aard van ontvangen prestatie
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS493955:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De inhoud van de terugbetalingsverplichting hangt af van de aard van de ontvangen prestatie. In de systematiek van artikel 6:203 worden drie verschillende prestaties onderscheiden die zonder rechtsgrond kunnen zijn verricht. Het gaat daarbij om het geven van goederen (lid 1), het betalen van geld (lid 2) en het verrichten van prestaties van een andere aard (lid 3). De aard van de prestatie is bepalend voor de inhoud van de aanspraak op teruggave. De inhoud van de vordering uit onverschuldigde betaling wordt als volgt bepaald.
Als zonder rechtsgrond een goed is gegeven, moet de ontvanger volgens lid 1 van artikel 6:203 hetzelfde goed teruggeven. Omdat deze verplichting ontstaat op het moment waarop de prestatie zonder rechtsgrond wordt ontvangen, zal de ontvanger het goed moeten teruggeven in de staat waarin hij het verkregen heeft.
Lid 2 geeft een uitwerking van lid 1. Wanneer de onverschuldigde betaling de betaling van een geldsom betreft, moet de ontvanger een gelijk bedrag teruggeven. Daarmee wordt aan zowel de ontvanger als de betaler van geld tegemoet gekomen. Als charta geld (een goed) is gegeven, heeft de ontvanger de biljetten en muntstukken vaak al weer uitgegeven als hij door de betaler aangesproken wordt. De ontvanger moet wel terugbetalen, maar hij hoeft niet dezelfde munten en biljetten terug te geven. Bij een girale betaling is geen sprake van het geven van een goed door de betaler. Degene die een overschrijvingsopdracht verstrekt aan zijn bank, zorgt er slechts voor dat een nieuwe vordering van de begunstigde op diens bank ontstaat. Toch zal niemand eraan twijfelen dat ook in dat geval degene die onverschuldigd heeft betaald recht heeft op terugbetaling van een gelijk bedrag. Ten slotte verdient nog opmerking dat de bepaling dat een gelijk bedrag moet worden terugbetaald, niet absoluut dient te worden opgevat. De bepaling geeft slechts een hoofdregel weer waarop uitzonderingen mogelijk zijn. Zoals we zullen zien in deze paragraaf, dient ook de ontvanger van een geldsom verweermiddelen te kunnen aanvoeren tegen een vordering tot terugbetaling van een gelijk bedrag.
Lid 3 geeft een regeling voor het geval waarin een prestatie van een andere aard is verricht dan het geven van een goed of het betalen van een geldsom. Een dergelijke prestatie moet ongedaan gemaakt worden. Als een prestatie naar haar aard niet ongedaan gemaakt kan worden, zoals het schilderen van een huis, dan moet volgens artikel 6:210 lid 2 de waarde van de prestatie worden vergoed.