Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.9.8:9.4.9.8 Smet of ‘blot’
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/9.4.9.8
9.4.9.8 Smet of ‘blot’
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192535:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Re Halcrow Holdings Ltd [2011] EWHC 3662 (Ch), nr. 47: “The word ‘blot’ has been said not to have any inherent meaning and it does not limit the discretion not to sanction the scheme to technical objections that render the scheme unlawful or inappropriate”.
Re Van Gansewinkel Groep B.V. [2015] EWHC 2151 (Ch), nr. 61.
Re The Co-Operative Bank Plc [2017] EWHC 2269 (Ch), nr. 22.
Re Oceanic Steam Navigation Company Ltd [1939] 1 Ch 41.
Re MB Group Plc [1989] BCLC 672.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
522. De Engelse rechter gaat tijdens de homologatiefase na of er geen ‘blot’ op de scheme zit. Hoewel het begrip geen vastomlijnde betekenis heeft1, wordt er volgens Justice Snowden doorgaans “some technical or legal defect in the scheme” mee bedoeld. Daarvan is bijvoorbeeld sprake indien de scheme door een juridische fout in de documentatie niet het effect zal hebben dat de vennootschap en de vermogensverschaffers voor ogen hebben.2 Ook wanneer de scheme in strijd zou zijn met dwingend recht, is er sprake van een smet op het akkoordvoorstel.3 De rechter zal de homologatie van een scheme eveneens weigeren wanneer het akkoord zou leiden tot doeloverschrijding van de vennootschap,4 of grove schending van bepaalde verplichtingen jegens derden ten gevolge zou hebben.5 Art. 384 lid 2 sub i Fw biedt de Nederlandse rechter de ruimte om in geval van een soortgelijke smet op het akkoord, de homologatie te weigeren.