Einde inhoudsopgave
Circulaire wapens en munitie 2019
5.5 Schiethamers en Schietmaskers
Geldend
Geldend vanaf 01-02-2020
- Bronpublicatie:
22-01-2020, Stcrt. 2020, 5669 (uitgifte: 31-01-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-02-2020
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
22-01-2020, Stcrt. 2020, 5669 (uitgifte: 31-01-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
Schiethamers
Volgens het Besluit schiethamers (Stb. 1967, 142) wordt onder ‘schiethamer’ verstaan:
‘een werktuig, waarmede pennen, stiften, draadeinden en dergelijke in materialen kunnen worden gedreven en waarbij de drijfkracht geheel of gedeeltelijk wordt geleverd door een explosieve lading’.
In principe is een schiethamer dus een toestel voor beroepsdoeleinden geschikt om projectielen te verschieten. Dat wil zeggen enkel de niet goedgekeurde schiethamers. In Nederland mogen namelijk slechts schiethamers worden gehanteerd die volgens artikel 4 van de Wet op de gevaarlijke werktuigen en het Besluit Schiethamers zijn voorzien van een certificaat van goedkeuring. De schiethamer moet dan aan een zestal veiligheidsvoorwaarden doen, waarvan de belangrijkste is dat: ‘het niet mogelijk is hem in de vrije ruimte af te vuren zonder gebruik te maken van bijzondere hulpmiddelen’. Nu het niet mogelijk is om met een goedgekeurde schiethamer uit de vrije hand projectielen af te schieten kan een schiethamer niet worden aangemerkt als een toestel voor beroepsdoeleinden zoals genoemd in artikel 2, eerste lid, categorie III, onder 2 van de WWM. Ook kan hij niet als vuurwapen in de zin van de WWM worden beschouwd. Het verbod tot het voorhanden hebben, vervoeren, doen binnenkomen en doen uitgaan van munitie is op grond van artikel 19 van de RWM niet van toepassing op munitie behorende bij gecertificeerde schiethamers.
Schietmaskers
Voor het doden van vee worden in de praktijk twee soorten schietmaskers ofwel slachtapparaten gebruikt, namelijk het ‘Slagpen- of veiligheidsslachtapparaat’ (a) en het ‘Kogelslachtapparaat’ (b).
- a.
Bij het ‘slagpen- of veiligheidsslachtapparaat’ wordt er met behulp van een losse patroon een pen uit de monding van het toestel gedreven in de kop van het te doden dier. De pen blijft echter in het slachtapparaat verankerd, zodanig dat er geen sprake is van het verschieten van een projectiel. Er is dan ook geen sprake van een vuurwapen of een toestel voor beroepsdoeleinden als bedoeld in 2, eerste lid, categorie III, onder 2 van de WWM.
- b.
Met behulp van het ‘Kogelslachtapparaat’ worden de dieren gedood d.m.v. het afschieten van een kogel. Dit apparaat is derhalve wel een toestel voor beroepsdoeleinden, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie III, onder 2 van de WWM, omdat het geschikt is om projectielen af te schieten.