NJ 2019/96
Wet bescherming persoonsgegevens. Inzagerecht; geen misbruik van bevoegdheid; vorm waarin gegevens moeten worden verstrekt; gegevensverwerking.
Hof Den Haag 31-10-2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3011
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
31 oktober 2017
- Magistraten
Mrs. C.J. Verduyn, M.M. Olthof, J.L.M. Groenewegen
- Zaaknummer
200.209.452/01
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS22135:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2017:3011, Uitspraak, Hof Den Haag, 31‑10‑2017
- Wetingang
Essentie
Wet bescherming persoonsgegevens. Inzagerecht; geen misbruik van bevoegdheid; vorm waarin gegevens moeten worden verstrekt; gegevensverwerking.
Samenvatting
Doel van het inzagerecht als bedoeld in art. 35 Wbp is dat betrokkene kan controleren of zijn persoonsgegevens juist en rechtmatig worden verwerkt. Betrokkene hoeft bij zijn verzoek geen bijzonder belang te hebben. Dat appellant bij zijn verzoek mogelijk tevens een ander belang heeft, te weten het verkrijgen van gegevens om deze te gebruiken in een gerechtelijke procedure, is ontoereikend om aan te nemen dat hij van dit recht misbruik maakt. Ongemak voor geïntimeerde als verantwoordelijke voor de gegevensverwerking is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.