Tot deze verrekening is het openbaar ministerie ingevolge art. 6:1:13 Sv bevoegd.
HR, 30-09-2025, nr. 23/03681 B
ECLI:NL:HR:2025:1429
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30-09-2025
- Zaaknummer
23/03681 B
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:1429, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑09‑2025; (Cassatie, Beschikking)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:679
ECLI:NL:PHR:2025:679, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑06‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:1429
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0304
Uitspraak 30‑09‑2025
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 700) onder klager t.z.v. diefstal van fiets d.m.v. verbreking, waarna OM heeft beslist tot teruggave van geldbedrag aan klager met verrekening. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 134.2.a Sv jo. 6:1:13 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. CAG: Uit ingewonnen inlichtingen blijkt dat OM heeft beslist tot teruggave van inbeslaggenomen geldbedrag en tot uitbetaling van dit bedrag aan Centraal Justitieel Incasso Bureau ter verrekening met bedragen die klager aan de staat verschuldigd is. Door toepassing van verrekening a.b.i. art. 6:1:13 Sv is geldbedrag aan klager teruggegeven. Hieruit volgt dat beslag is geëindigd. Dat geldbedrag bij CJIB is terechtgekomen en niet bij klager, maakt dit niet anders. Klager n-o.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03681 B
Datum 30 september 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 21 september 2023, nummer RK 23/017888, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot nietontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.
Conclusie 17‑06‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Beklagzaak 552a Sv. Na instellen cassatieberoep is in beslag genomen geld teruggegeven aan klager middels verrekening ingevolge art. 6:1:13 Sv met openstaande bedragen bij CJIB. Beslag is desalniettemin geëindigd ingevolge art. 134.2a Sv. Conclusie strekt tot n.o.-verklaring van klager in het cassatieberoep.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/03681 B
Zitting 17 juni 2025
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de klager
1. Het cassatieberoep
1.1
De rechtbank Rotterdam heeft bij beschikking van 21 september 2023 het ex art. 552a Sv ingediende klaagschrift strekkende tot opheffing van het beslag en tot teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag ten bedrage van € 700,- ongegrond verklaard.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het strafvorderlijk belang van waarheidsvinding zich verzet tegen opheffing van het beslag.
2. Ontvankelijkheid cassatieberoep
2.1
Ik kom aan de bespreking van het middel niet toe gelet op het volgende.
2.2
Op grond van de stukken van het geding kan worden vastgesteld dat de klager op 30 november 2023 in de hoofdzaak is veroordeeld voor diefstal van een fiets door middel van verbreking. In het vonnis heeft de politierechter beslist over het beslag ten aanzien van diverse voorwerpen, maar niet over het bij de klager inbeslaggenomen geldbedrag.
2.3
Uit namens mij ingewonnen inlichtingen bij het openbaar ministerie is gebleken dat op 1 december 2023 door het openbaar ministerie is beslist tot teruggave van het onder de klager in beslag genomen geldbedrag van € 700,- aan de klager en tot uitbetaling van dit bedrag aan het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) ter verrekening met bedragen die de klager vanwege onherroepelijke strafrechtelijke beslissingen aan de staat verschuldigd was.1.
2.4
Over deze verrekening is de klager door het CJIB op 27 december 2023 middels een brief geïnformeerd.2.Daarbij is aan de klager medegedeeld dat het door het openbaar ministerie inbeslaggenomen geld is gebruikt om openstaande zaken bij het CJIB te betalen met de vermelding in welke zaken (aangeduid met CJIB-nummers) verrekening heeft plaatsgevonden en dat in één van deze zaken nu nog een bedrag van € 161,52 openstaat.
2.5
Door de teruggave van het geldbedrag aan de klager (beslagene) is het beslag ingevolge art. 134 lid 2 onder a Sv geëindigd. Daardoor heeft de klager geen belang meer bij zijn cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank, zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dat het geldbedrag vanwege de op grond van art. 6:1:13 Sv toegepaste verrekening uiteindelijk de facto bij het CJIB is terechtgekomen en niet bij de klager, maakt dat naar mijn oordeel niet anders.
3. Slotsom
3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 17‑06‑2025
Kenmerk IPR 1852134 met vermelding van parketnummer 10-244272-2.