Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.10.1:4.10.1 Inleiding
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.10.1
4.10.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644889:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Hoofdstuk 2, §2.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze laatste paragraaf van dit hoofdstuk ga ik na of een algemeen zakelijk afscheidingsrecht past in het Nederlandse wettelijke stelsel. Het betreft dus een afscheidingsrecht waarmee men, net als bij de Romeinsrechtelijke actio ad exhibendum, kan vorderen dat een bestanddeel van een zaak wordt losgemaakt teneinde de eigendom te verkrijgen. Dit recht tot afscheiding met de bijbehorende actie tot afscheiding (actio ad separandum) zou ingevoerd kunnen worden om de onwenselijke gevolgen van natrekking terug te dringen en het principe van continuïteit van zakelijke rechten te beschermen. Wordt een zaak tegen de zin van de eigenaar of de beperkt gerechtigde nagetrokken, dan kan hij via de actie tot afscheiding deze gevolgen van de natrekking ongedaan maken. Het recht tot afscheiding zou vooral voor de leverancier, niet-bezitter/houder van de zaak van belang zijn, aangezien een houder of bezitter via de bestaande wettelijke iura tollendi dikwijls al een recht op afscheiding zal hebben. Het BW kent echter, anders dan het BGB1, geen afscheidingsrecht toe aan degene die het bezit of het houderschap van de hoofdzaak niet heeft gehad of heeft verloren. Iemand die een zaak verkocht en leverde onder eigendomsvoorbehoud kan geen afscheiding vorderen als de geleverde zaak een bestanddeel is geworden van een andere zaak. De hier te behandelen actie tot afscheiding is weliswaar geen ius tollendi, maar heeft wel dezelfde rechtsgevolgen. In beide gevallen verkrijgt de oorspronkelijke eigenaar na afscheiding een nieuw eigendomsrecht. Het recht tot afscheiding kan op gespannen voet komen te staan met het eenheidsbeginsel. Dat beginsel beschermt de economische waarde van de eenheidszaak en de rechtszekerheid (voor derden). Voorzichtigheid met de invoering van een moderne actio ad exhibendum is derhalve geboden. Een ander bezwaar tegen een algemeen afscheidingsrecht, dat samenhangt met het eenheidsbeginsel, stipte Beekhuis al aan.