AB 2012/155
Unieburger, recht op het grondgebied van de Unie te verblijven, belangrijkste aan de status van burger van de Unie ontleende rechten, bewijslast, gelijkheidsbeginsel, afzien van horen.
RvS 07-03-2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV8619, m.nt. T. de Lange en P.R. Rodrigues (Gedwongen EU te verlaten?)
- Instantie
Raad van State
- Datum
7 maart 2012
- Magistraten
Mrs. H.G. Lubberdink, M.G.J. Parkins de Vin, N. Verheij
- Zaaknummer
201108763/1/V2.
- Noot
T. de Lange en P.R. Rodrigues
- LJN
BV8619
- Roepnaam
Gedwongen EU te verlaten?
- JCDI
JCDI:ADS911437:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2012:BV8619, Uitspraak, Raad van State, 07‑03‑2012
- Wetingang
Verdrag betreffende de werking van de EU art. 20; Awb art.: 4:2,6:22; Vw 2000 art. 85
Essentie
Unieburger, recht op het grondgebied van de Unie te verblijven, belangrijkste aan de status van burger van de Unie ontleende rechten, bewijslast, gelijkheidsbeginsel, afzien van horen.
Samenvatting
In de arresten Ruiz Zambrano en Dereci heeft het Hof van Justitie bepaald dat bij interne situaties waarbij de burger geen gebruik heeft gemaakt van zijn vrij verkeer binnen de Unie, toch sprake kan zijn van verblijfsrechtelijke bescherming op grond van artikel 20 Verdrag betreffende de Werking van de EU. Daarvan is sprake als een jong kind met de Nederlandse nationaliteit die afhankelijk is van zijn ouder(s) met de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.