RFR 2025/15
Internationaal privaatrecht. In Iran gesloten huwelijk. Toepasselijk recht t.a.v. verzoek afgifte bruidsgave. Kan hof aan toepassing van art. 10:8 lid 1 BW toekomen?
HR 18-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1474
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
23/02858
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS995249:1
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Internationaal privaatrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1474, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:174, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑07‑2023
- Wetingang
Art. 10:8 BW
Essentie
Internationaal privaatrecht. In Iran gesloten huwelijk. Toepasselijk recht t.a.v. verzoek afgifte bruidsgave.
Kan hof aan toepassing van art. 10:8 lid 1 BW toekomen?
Samenvatting
Partijen zijn in 2010 met elkaar gehuwd in Iran. Zij hadden op dat moment beiden de Iraanse nationaliteit. Inmiddels hebben zij beiden de Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft de rechtbank in Nederland verzocht om de echtscheiding uit te spreken, een partneralimentatie vast te stellen en om de man te veroordelen tot afgifte van de bruidsgave, zijnde 500 Iraanse gouden Bahar Azadi munten. De rechtbank heeft bepaald dat het verzoek van de vrouw ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.