Einde inhoudsopgave
Regeling toezicht arrestantenzorg politie
Artikel 5
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2023
- Bronpublicatie:
14-11-2022, Stcrt. 2022, 31373 (uitgifte: 28-11-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2023
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
25-11-2022, Stb. 2022, 478 (uitgifte: 30-11-2022, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Afhankelijke geldigheid
Treedt tegelijk in werking met artikel I, onderdeel I, van de Wet van 18-05-2022, Stb. 216.
- Vakgebied(en)
Politierecht / Bijzondere onderwerpen
Politierecht / Organisatie
1.
De commissie stelt zich regelmatig en op het door haar te bepalen tijdstip door inspecties op de hoogte van de toestand van de arrestantenzorg teneinde haar taken zo goed mogelijk te kunnen vervullen.
2.
De leden van de commissie hebben, op vertoon van een door de korpschef vastgesteld legitimatiebewijs waaruit blijkt dat zij lid zijn van de commissie, te allen tijde toegang tot de door de politie gebruikte locaties en vervoermiddelen voor arrestantenzorg, behalve indien het een plaats betreft waar een ingeslotene in het kader van een politieonderzoek wordt gehoord of waar hij medisch wordt onderzocht.
3.
De leden van de commissie zijn, ter uitvoering van hun taken, bevoegd alle ingeslotenen en bezoekers van politiecellen en politiecellencomplexen vragen te stellen.
4.
De leden van de commissie worden door de politiechef geïnformeerd over de veiligheidsvoorschriften en dienen de op grond daarvan gegeven aanwijzingen door ambtenaren van politie en het personeel, bedoeld in artikel 49, tweede lid, van het Besluit beheer politie, terstond op te volgen.
5.
De politiechef brengt alle voor de uitoefening van de taken van de commissie van belang zijnde beleidsvoorschriften en uitvoeringsregels, feiten en omstandigheden, ter kennis van de commissie.
6.
Leden van de commissie zijn tot geheimhouding verplicht van al hetgeen hen in de uitoefening van hun taken ter kennis komt behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of uit de tenuitvoerlegging van hun taken de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
7.
Van de bevindingen tijdens een inspectie wordt ten behoeve van de voor de arrestantenzorg direct verantwoordelijke leidinggevende een verslag gemaakt. De politiechef ontvangt een afschrift van dit verslag.
8.
De commissie overlegt jaarlijks met de politiechef over haar werkzaamheden en bevindingen op het terrein van het toezicht op de arrestantenzorg.