NJ 2025/314
Beklag advocaat ex art. 552a Sv. Verwijdering van in fiscale procedure ingebrachte stukken uit strafdossier. Ontvankelijkheid en verschoningsrecht.
HR 25-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:456, m.nt. P.A.M. Mevis en S.C.W. Douma
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, J.A.R. van Eijsden, A.L.J. van Strien, F.J.P. Lock, T. Kooijmans
- Zaaknummer
24/02026 Bv
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Noot
P.A.M. Mevis en S.C.W. Douma
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD36175:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Voorfase
Fiscaal strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:456, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1301, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Klager, advocaat, heeft in een fiscale procedure stukken ingebracht, welke door de Belastingdienst zijn verstrekt aan de FIOD en het OM. Klaagschrift van advocaat strekt tot verwijdering van die stukken uit het strafprocesdossier met een beroep op het verschoningsrecht. 1. Beklag niet-ontvankelijk nu geen sprake is van een situatie als bedoeld in art. 552a Sv. 2. Reikwijdte en bescherming van het verschoningsrecht.
Samenvatting
- 1.
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beklag.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de klager als advocaat een zogenoemd ‘tiendagenstuk’ en de daarbij gevoegde getuigenverklaringen heeft ingebracht in een fiscale procedure bij een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.