NJ 1933, p. 1640
Valschheid in geschrifte door notaris. Rechter houdt rekening met vreemd recht. Nadeel. Bestemd om tot bewijs van een feit te dienen. Opzet.
HR 26-06-1933, ECLI:NL:HR:1933:12, m.nt. Prof. Mr. W.P.J. Pompe
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 juni 1933
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, Taverne, Schepel, Kirberger en de Menthon Bake.
- Zaaknummer
[26061933/NJ_1933,_p._1640]
- Conclusie
Mr. Wijnveldt
- Noot
Prof. Mr. W.P.J. Pompe
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS128930:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1933:12, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑06‑1933
- Wetingang
(Sr art. 225.)
Essentie
Valschheid in geschrifte door notaris. Rechter houdt rekening met vreemd recht. Nadeel. Bestemd om tot bewijs van een feit te dienen. Opzet.
Samenvatting
Het Hof moest, ten einde te beslissen over de vraag of req. zich heeft schuldig gemaakt aan het misdrijf van art. 225 Sr., nagaan, of uit de valschelijk opgemaakte geschriften nadeel kon ontstaan. Het mocht daarbij, zonder schending van eenig wetsartikel, rekening houden met Duitsche wetsvoorschriften omtrent de z.g. ,,Aufwertung”.
Of req. het instituut der „Aufwertung", al dan niet terecht, kon beschouwen als te zijn in strijd met de goede zeden, doet aan het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.