Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen
Einde inhoudsopgave
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/6:6 Maatschappelijke positie en onderlinge verhouding van partijen
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/6
6 Maatschappelijke positie en onderlinge verhouding van partijen
Documentgegevens:
Mr. T.J. de Graaf, datum 15-05-2006
- Datum
15-05-2006
- Auteur
Mr. T.J. de Graaf
- JCDI
JCDI:ADS403560:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een verdere Saladin/HBu-omstandigheid aan de hand waarvan moet worden beoordeeld of een beroep op een exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, is de 'maatschappelijke positie en onderlinge verhouding van partijen'.
Bij 'maatschappelijke positie' denk ik vooral aan verhoudingen tussen partijen waar van een vertrouwensrelatie en/of toezicht sprake is, bijvoorbeeld verhoudingen met artsen, advocaten, notarissen, banken en verzekeraars. Dat is bij KT-contracten tussen professionele partijen niet aan de orde.
Bij de 'onderlinge verhouding van partijen' wordt vooral gedacht aan een verschil in deskundigheid op het gebied van de prestatie, misbruik van een economische machtspositie en een verschil in juridische deskundigheid of het gebied van exoneraties. De invloed van een verschil in de deskundigheid op het gebied van de prestatie op een exoneratie is belangrijk. Deze invloed heb ik al uitgebreid besproken (zie 4.1). Ongelijkheidscompensatie speelt daar, zoals ik reeds heb besproken, een rol. In deze paragraaf ga ik daar verder niet op in.
Op welke wijze misbruik van een economische machtspositie invloed kan hebben op exoneraties valt uit de mededingingsrechtelijke literatuur af te leiden. Als er mededingingsrechtelijk gezien geen vuiltje aan de lucht is, is de 'grotere' partij wat mij betreft vrij zijn verschil in bargaining power uit te spelen. Anders gezegd, in het zakenleven is bij contractsonderhandelingen geen plaats voor ongelijkheidscompensatie, zolang het mededingingsrecht maar wordt nageleefd.1
Voor deze paragraaf resteert dus alleen nog het beantwoorden van de vraag of en zo ja, op welke wijze een verschil in juridische deskundigheid op het gebied van exoneraties van invloed is op exoneraties. Een verschil in juridische deskundigheid op het gebied van exoneraties in professionele verhoudingen is mijns inziens geen omstandigheid die van invloed is noch zou moeten zijn op de vraag of een beroep op een exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.2 Ik zal dit hieronder uitwerken.
Vaak wordt door de koper van een product of dienst ten onrechte wel aandacht geschonken aan de persoon van de verkoper en de prijs van het betreffende product of de betreffende dienst, maar niet aan de voorwaarden (waaronder exoneraties) die op de levering van toepassing zijn. Dit kan onder andere komen door een gebrek aan interesse of een gebrek aan juridische deskundigheid. Over een gebrek aan interesse kan ik kort zijn. Dat dient niet 'beloond' te worden door een exoneratie sneller onaanvaardbaar te achten (zie ook hoofdstuk 7). Een gebrek aan juridische deskundigheid komt mijns inziens eveneens voor rekening van de (potentiële) koper. Van een professionele partij mag mijns inziens worden verwacht dat hij weet voor welke prijs en onder welke voorwaarden hij iets gaat kopen. Een onderdeel van die voorwaarden wordt gevormd door exoneraties. Bezit de (potentiële) koper die kennis niet, dan kan hij die inhuren.