Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/5.2.5.1:5.2.5.1 Type onderneming
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/5.2.5.1
5.2.5.1 Type onderneming
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192798:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2018/19, 35 249, nr. 3, p. 30. Vgl. hoofdstuk 3a Wft. Tollenaar is kritisch over beide beperkingen, nu het pre-insolventieakkoordmechanisme ook dit type debiteuren van dienst zou kunnen zijn. Zie Tollenaar 2017b, p. 36-37.
Vgl. art. 1 lid 2 Herstructureringsrichtlijn en considerans 19.
Kamerstukken II 2018/19, 35 249, nr. 3, p. 7; 32.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
201. De pre-insolventieakkoordprocedure is beschikbaar voor alle schuldenaren die een onderneming drijven, ongeacht hun rechtsvorm. Natuurlijke personen die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefenen zijn in art. 369 lid 1 Fw expliciet uitgezonderd van het toepassingsbereik. In dezelfde bepaling zijn ook banken en verzekeraars uitgezonderd, nu er speciale resolutie- en afwikkelingsmechanismen bestaan voor banken en verzekeraars.1 Deze beperkingen zijn in lijn met de Herstructureringsrichtlijn.2
Natuurlijke personen die een onderneming drijven en buiten een formele insolventieprocedure hun schulden willen saneren, lijken te kunnen kiezen of zij gebruik willen maken van het pre-insolventieakkoord of van de regeling van art. 287a Fw.3 De ondernemer zal bij zijn keuze kunnen letten op de aard en oorzaak van de financiële problemen en de kenmerken van beide procedures. Ook de uiteenlopende kosten van beide procedures zullen een factor zijn. De 287a Fw-procedure is voor de ondernemer eenvoudiger op te tuigen, omdat de stemming niet in klassen hoeft plaats te vinden. De keuze zal daardoor afhankelijk zijn van de specifieke omstandigheden van het geval.
Uit de toelichting blijkt dat de wetgever met de WHOA een akkoordregeling beoogt te introduceren die bruikbaar is voor zowel grote bedrijven als voor het midden- en kleinbedrijf. Wel voorspelt de wetgever dat aanvankelijk vooral grotere bedrijven voor de WHOA in aanmerking komen.4