NJB 2013/1218
De wijze waarop de rechtbank in het geval van appellante gestalte heeft gegeven aan de informele bestuurlijke lus, verdraagt zich daarom niet met de eisen die artikel 6 van het EVRM stelt
CRvB 16-04-2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7385
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
16 april 2013
- Magistraten
Mrs. Kooijman, Bandringa, Korte
- Zaaknummer
11/915 WWB
- LJN
BZ7385
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7385, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 16‑04‑2013
- Wetingang
(EVRM art. 6)
Essentie
De wijze waarop de rechtbank in het geval van appellante gestalte heeft gegeven aan de informele bestuurlijke lus, verdraagt zich daarom niet met de eisen die artikel 6 van het EVRM stelt
Uitspraak
(….)
Overwegingen
1.2. Bij besluit van 25 mei 2009 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 23 oktober 2008 ongegrond verklaard met dien verstande dat de kosten van de sinds 16 oktober 2007 aan [M.] verleende bijstand tot een bedrag van € 8168,95 mede van appellante worden teruggevorderd. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat appellante en [M.] sinds 16 oktober ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.