Prg. 2016/272
Rookruimten in openbare gebouwen toegestaan. ‘Effectieve maatregelen’ tegen schadelijke tabaksrook kunnen op andere wijze worden getroffen dan door het instellen van algeheel rookverbod.
Rb. Den Haag 14-09-2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:11025
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
14 september 2016
- Magistraten
Mrs. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt, I.A.M. Kroft, J.W. Bockwinkel
- Zaaknummer
C-09-499502-HA ZA 15-1252
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Verdragenrecht
Gezondheidsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2016:11025, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 14‑09‑2016
- Wetingang
Art. 8 lid 2 WHO Kaderverdrag; art. 10 lid 1 Tabakswet; art. 6 lid 1 Tabaks- en rookwarenbesluit; art. 93, 94 Gw; art. 3:305a lid 1 6:162 BW; art. 31-33 Verdrag van Wenen
Essentie
Vermogensrecht. Zijn rookruimten in openbare gebouwen verenigbaar met het WHO-kaderverdrag?
Ja. Uitzondering rookverbod is niet onverenigbaar met verplichting van verdragstaat om ‘effectieve maatregelen’ tegen de blootstelling aan tabaksrook te treffen.
Samenvatting
Club Actieve Niet-rokers (CAN) acht de uitzondering van het rookverbod voor rookruimten van art. 6.2 Tabaks- en rookwarenbesluit strijdig aan art. 8 lid 2 WHO-kaderverdrag. Volgens dit verdrag dienen verdragstaten effectieve maatregelen te treffen tegen de blootstelling aan tabaksrook in binnen gebouwen gelegen plekken. De vordering van CAN strekt tot het onverbindend verklaren van art. 6.2 Tabaks- en rookwarenbesluit.
De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.