AB 2025/113
Ontbinding huurovereenkomst op grond van 7:231 lid 2 BW na sluiting woning op basis van APV. Ontruiming woning toegewezen. Belang van het kind staat daaraan niet in de weg.
Rb. Rotterdam 07-03-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3184, m.nt. J.G. Brouwer & A.E. Schilder
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
7 maart 2024
- Magistraten
Mr. E.A. Vroom
- Zaaknummer
10850984 \ VV EXPL 23-633
- Noot
J.G. Brouwer & A.E. Schilder
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD2777:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Openbare orde en veiligheid / Algemene plaatselijke verordening
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Huurrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2024:3184, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 07‑03‑2024
- Wetingang
Art. 7:231 lid 2 BW
Essentie
Ontbinding huurovereenkomst op grond van 7:231 lid 2 BW na sluiting woning op basis van APV. Ontruiming woning toegewezen. Belang van het kind staat daaraan niet in de weg.
Samenvatting
Als gevolg van de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst moet gedaagde de woning in beginsel verlaten. Dat zou alleen anders zijn als deze uitkomst onaanvaardbaar is, waarbij ook moet worden betrokken dat beëindiging van de huurovereenkomst gelet op artikel 8 EVRM proportioneel moet zijn. In dit geval acht de kantonrechter het echter onaannemelijk dat de rechter in een gewone procedure zal oordelen dat het onaanvaardbaar is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.