RCR 2020/77
Onoverdraagbaarheidsbeding. Leidt een onoverdraagbaarheidsbeding tot onverpandbaarheid en is er per datum faillissement sprake van toekomstige vorderingen?
Hof Den Haag 09-06-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:982
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
9 juni 2020
- Magistraten
Mrs. J.W. Frieling, M.C.M. van Dijk, R.F. Groos
- Zaaknummer
200.240.050/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS238630:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2020:982, Uitspraak, Hof Den Haag, 09‑06‑2020
- Wetingang
Essentie
Onoverdraagbaarheidsbeding. Onverpandbaarheidsbeding. Toekomstige vorderingen.
Leidt een onoverdraagbaarheidsbeding tot onverpandbaarheid en is er per datum faillissement sprake van toekomstige vorderingen?
Samenvatting
De inmiddels failliete VOF was lid van de coöperatie FloraHolland. In verband met dat lidmaatschap heeft de VOF vorderingen op FloraHolland uit hoofde van een ledenlening en een participatiereserve. De statuten van FloraHolland bevatten ten aanzien van die ledenlening en participatiereserve relevante bepalingen over (onder meer) terug- en uitbetaling, rechtsopvolging en (on)overdraagbaarheid. De VOF heeft al haar huidige en toekomstige vorderingen op FloraHolland aan Rabobank verpand. Ruim voor het faillissement van de VOF heeft Rabobank mededeling van het pandrecht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.