RFR 2017/132
Omgangsondertoezichtstelling. Vormen het gebrek aan statusvoorlichting en de afwezigheid van contact tussen de minderjarige en de vader een grond voor ondertoezichtstelling?
HR 08-09-2017, ECLI:NL:HR:2017:2272
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 september 2017
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak
- Zaaknummer
16/05678
- Conclusie
A-G mr. J. Wuisman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS927484:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:2272, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑09‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:551, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑06‑2017
- Wetingang
Art. 1:255 BW
Essentie
Ondertoezichtstelling. Omgang.
Is er sprake van een grond voor ondertoezichtstelling, nu moeder de minderjarige niet voorlicht over zijn afstamming en er geen contact is tussen minderjarige en vader?
Samenvatting
Uit de buitenechtelijke relatie van vader met moeder is een zoon geboren. Moeder oefent het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige uit. Vader heeft de minderjarige in 2014 met toestemming van de rechter erkend. Vader heeft nooit omgang met de minderjarige gehad. Er is in verband met de afwezigheid van contact tussen vader en zoon en de daarmee gepaard gaande ontwikkelingsbedreiging bij het kind, een ondertoezichtstelling geweest, waarvan per ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.