Einde inhoudsopgave
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/10.2.4.1
10.2.4.1 Inleiding
Mr. G.J. Meijer, datum 20-07-2011
- Datum
20-07-2011
- Auteur
Mr. G.J. Meijer
- JCDI
JCDI:ADS505964:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
ASSER-HARTKAMP & SIEBURGH 6-11, no. 244; in dezelfde zin HEEMSKERK (diss.), no. 103 en J.C. SCHULTSZ in zijn noot (sub 3) bij HvJ EG 9 november 1978 (Meeth/Glacetal), NJ 1979, 538; het is ook mogelijk dat de eis in reconventie voorwaardelijk wordt ingesteld (i.e. onder de voorwaarde dat het beroep op verrekening wordt afgewezen); alsdan zal de rechter slechts over de eis in reconventie een beslissing geven als hij het beroep op verrekening daadwerkelijk afwijst.
Overigens bestaat tussen art. 25 lid 1 NAI Reglement en art. 5 lid 5ICC Rules wel een verschil; ingevolge art. 7 lid 2 NAI Reglement kán de verweerder een eis in reconventie in zijn korte antwoord (volgend op de arbitrage-aanvrage indienen), doch noodzakelijk is dit niet; de eis in reconventie moet op grond van art. 25 lid 1 NAI Reglement uiterlijk in de memorie van antwoord worden opgenomen; volgens art. 5 lid 5 ICC Rules moet de eis in reconventie — afgezien van het bepaalde in art. 19 ICC Rules — in het 'Answer' (volgend op de 'Request for Arbitration') worden opgenomen (en kan dit niet zomaar geschieden in de met — de memorie van antwoord te vergelijken — 'Statement of Defence' (zie voor een mogelijk strikte uitleg van de bepalingen in de ICC Rules op dit punt HR 17 januari 2003 (International Military Setyices/Modsaf-IR), NJ 2004, 384 (r.o. 3.4.4 en 3.6), m.nt. HTS) (zie voorts 11.2.2).
Burg. Rv. (HEEmsxEux), art. 128, aant. 4; vgl. ook HR 22 oktober 1993 (Staat/G.), NJ 1994, 374, m.nt. HER; NOLEN, blz. 74, suggereert overigens dat — als een vordering in reconventie wegens overschrijding van de termijn niet langer kan worden ingesteld — nog wel een beroep op compensatie mogelijk is; arbiters hebben zich af te vragen of een tardief ingestelde eis in reconventie niet als een beroep op compensatie kan worden aangemerkt; voor de niet toegelaten 'eis in reconventie' kan overigens een zelfstandig geding aanhangig worden gemaakt en op de voet van art. 724 Rv ten laste van de wederpartij eigenbeslag worden gelegd (SANDERS, Het Nederlandse arbitragerecht, blz. 95 en Burg. Rv. (SANDERS), art. 1036, aant. 3).
Zie over de verschillen tussen de tegenvordering bij wege van eis in reconventie en bij wege van een beroep op verrekening SANDERS (diss.), blz. 75, NOLEN, blz. 71, (uitvoerig) HEEMSKERK (diss.), nos. 101-103, A-G CAPOTORTI in zijn conclusie vóór HvJ EG 9 november 1978 (MeethlGlacetal), NJ 1979, 538, m.nt. ICS en A-G LÉGER in zijn conclusie (sub 24 respectievelijk 27 e.v.) vóór HvJ EG 13 juli 1995 (Danveern/Schuhfabriken Otterbeck), NJ 1996, 157.
Thans zal ik kort ingaan op de eis in reconventie en het beroep op verrekening (compensatie). Tussen beide bestaat, wegens de (tegen)vordering die aan de eis in reconventie en het beroep op verrekening ten grondslag ligt, veel verwantschap:
’In de praktijk wordt dikwijls de tegenvordering geldend gemaakt door het instellen van een vordering in reconventie, al dan niet gepaard met een beroep op verrekening, waarna de rechter veelal omtrent beide vorderingen gelijktijdig uitspraak doet.1
Toch verschilt het regime voor de eis in reconventie en het beroep op verrekening sterk. Een eis in reconventie moet veelal op een bepaald moment (meestal in het antwoord van de verweerder in conventie) worden ingesteld (vgl. art. 25 lid 1 NAI Reglement en art. 5 lid 5ICC Rules; vgl. ook art. 136 Rv).2 Als de vordering niet tijdig is ingesteld, volgt veelal niet-ontvankelijkverklaring van de eisende partij in reconventie. Het beroep op verrekening is een materieelrechtelijk verweermiddel dat geen exceptief, doch een principaal verweer vormt en veelal ook nog later in het geding kan geschieden (vgl. daartoe ook art. 128 lid 3 Rv en art. 348 Rv).3 Indien de vordering niet voor toewijzing in aanmerking komt, zal het beroep op verrekening buiten beschouwing blijven, terwijl de eis in reconventie alsdan nog wel moet worden afgedaan.4 Bedacht zij dat niet in alle gevallen een beroep op verrekening in de plaats kan komen van een eis in reconventie. Zo is het mogelijk dat de eis in conventie de betaling van een bepaalde geldsom betreft, terwijl de eis in reconventie strekt tot de afgifte van bepaalde zaken. Een daartoe strekkend beroep op verrekening in plaats van een eis in reconventie is dan niet mogelijk.