V-N 2025/11.16
Geen disculpatie van inlener na faillissement uitzendbureau
HR 31-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:142, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 januari 2025
- Zaaknummer
22/04678
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD503:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Aansprakelijkheid
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:142, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
- Wetingang
art. 34 IW 1990
Essentie
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X BV als inlener niet de vereiste zorgvuldigheid heeft betracht en dus verwijtbaar heeft gehandeld. Zij is daarom terecht aansprakelijk gesteld. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Samenvatting
X BV maakt en verkoopt prefab bouwproducten. X BV heeft zelf geen eigen personeel. De werknemers die via een uitzendbureau bij haar worden ingezet, zijn eerder in dienst geweest van een rechtsvoorganger van X BV. Het uitzendbureau gaat failliet, waardoor diverse naheffingsaanslagen LB en BTW onbetaald blijven. In geschil is of X ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.