V-N 2021/52.19
Hoge Raad legt OZB-woondelenvrijstelling uit als gemeente in beroep woondelen hoger taxeert
HR 26-11-2021, ECLI:NL:HR:2021:1667, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 2021
- Magistraten
Koopman, Wortel, Beukers-van Dooren, Boerlage, Cools
- Zaaknummer
20/02917
20/02919
20/02920
20/02922
20/02923
20/02924
20/02925
20/02926
20/02927
20/02928
20/02929
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS522205:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:HR:2021:1667, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:HR:2021:1761, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:736, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑08‑2021
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad bespreekt de berekening van de woondelenvrijstelling OZB voor gevallen waarin de gemeente in beroep de woondelen op een hogere waarde taxeert.
Samenvatting
X is eigenaar en gebruiker van een agrarisch object, waarvan de WOZ-waarde 2017 is vastgesteld op € 531.000 en de heffingsgrondslag voor de OZB-gebruikersbelasting op € 224.000. De waarde van de woondelen heeft de heffingsambtenaar dus vastgesteld op € 307.000 (531.000 -/- € 224.000). In geschil is de heffingsmaatstaf voor de OZB-gebruikersbelasting in verband met de woondelenvrijstelling. In beroep gaat de heffingsambtenaar in zijn taxatierapport uit van hogere waarden, te weten € 573.000 voor het geheel, € 324.000 voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.