Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/III:Deel III Rechtsvergelijking
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/III
Deel III Rechtsvergelijking
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS455284:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de Duitse parlementaire behandeling van Europese crisismaatregelen het landenrapport van Mair & Kröger 2014, dat tot stand is gekomen in het kader van het onderzoeksproject Constitutional Change through Euro Crisis Law van het European University Institute (EUI), te raadplegen via: https://eurocrisislaw.eui.eu/germany.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het tweede deel van dit proefschrift bleek dat de Nederlandse regering en Staten-Generaal aan het budgetrecht in het kader van Europese integratie een overwegend formele invulling hebben gegeven. In dit deel wordt het Duitse stelsel geanalyseerd, dat als voorbeeld dient van een materiële interpretatie van het budgetrecht. De Nederlandse (formele) omgang met het budgetrecht wordt afgezet tegen de Duitse (materiële) invalshoek, wat leidt tot een duidelijker onderscheid tussen beide benaderingen. Op die manier worden de juridische consequenties van Europese integratie voor het budgetrecht van het Nederlandse parlement, in aanvulling op hetgeen daarover al in het vorige deel is opgemerkt, inzichtelijk gemaakt. Bovendien laat dit hoofdstuk zien welk alternatief er voor de Nederlandse regering en het parlement is voor de omgang met Europese integratie.
In het tweede deel van dit proefschrift is ingegaan op de parlementaire behandeling van de verschillende stappen van Europese integratie, om vast te stellen of de regering en de Staten-Generaal het budgetrecht in het kader van Europese integratie op een meer formele of meer materiële wijze hebben geïnterpreteerd. Voor het Duitse stelsel is dit niet nodig, omdat de materiële interpretatie van het budgetrecht, met name door de jurisprudentie van het Bundesverfassungsgericht over Europese integratie, een bekend aspect van dit rechtssysteem vormt. Het is ten aanzien van Duitsland dus niet zozeer de vraag welke invulling aan het budgetrecht wordt gegeven, maar meer hoe vorm wordt gegeven aan de materiële benadering van dit recht in het kader van Europese integratie. Dat is de derde subvraag van dit proefschrift, die centraal staat in het volgende deel.
Het voorgaande leidt ertoe dat in dit deel ten aanzien van Duitsland niet de parlementaire behandeling van iedere stap van Europese integratie wordt besproken.1 Wel bespreek ik, voor zover van belang voor de interpretatie van het budgetrecht, de uitkomsten daarvan. Hierbij gaat het met name om nationale wetgeving die tot stand is gekomen naar aanleiding van Europese verdragen. Voor de belangrijkste Europese maatregelen, beginnend vanaf het Verdrag van Maastricht, bespreek ik steeds eerst de relevante resultaten van de parlementaire behandeling voor de interpretatie van het budgetrecht door de Bondsdag. Vervolgens sta ik stil bij de procedures over dat deel van Europese integratie voor het Bundesverfassungsgericht. Deze analyse van de relevante Duitse wetgeving en de jurisprudentie van het Bundesverfassungsgericht geeft, in combinatie met literatuuronderzoek, een beeld van de werking van een materiële invulling van het budgetrecht in het kader van Europese integratie.
10 Het Duitse budgetrecht en Europese integratie