RAR 2025/61
Kwalificatie arbeidsrelatie. Hoe dient bij de kwalificatie van de arbeidsrelatie het gezichtspunt ‘ondernemerschap’ uit het Deliveroo-arrest mee te wegen en kan in het kader van art. 3 lid 2 Wet AVV een algemeen oordeel worden gegeven over de kwalificatie van de arbeidsrelatie?
HR 21-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:319
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 februari 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/00877
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD8236:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Bijzondere onderwerpen arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:319, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:996, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑09‑2024
- Wetingang
Art. 7:610 BW; art. 3 lid 2 Wet AVV
Essentie
Kwalificatie arbeidsrelatie. Arbeidsovereenkomst. Overeenkomst van opdracht.
Wat is bij de beoordeling van een arbeidsrelatie de betekenis van het gezichtspunt dat de werkende zich in het economisch verkeer gedraagt of kan gedragen? Kan een algemeen oordeel over de kwalificatie van de arbeidsrelatie plaatsvinden in het kader van een vordering als bedoeld in artikel 3 lid 2 Wet AVV?
Samenvatting
FNV heeft onder andere een verklaring voor recht gevorderd dat Uber de arbeidsvoorwaarden van de CAO Taxivervoer moet toepassen op de taxichauffeurs die voor Uber werken, tijdens periodes van algemeenverbindendverklaring daarvan. Volgens FNV is namelijk sprake van arbeidsovereenkomsten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.