Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/11.3.8:11.3.8 Bevoordeling in commuun internationaal privaatrecht
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/11.3.8
11.3.8 Bevoordeling in commuun internationaal privaatrecht
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418009:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Rb. Rotterdam 15 februari 1996, NIPR 1996, 443 wijst reflexwerking echter af.
Jansen, Rechtsvordering, WvBr, suppl. 200 (maart 1991), p. 1-333 acht slechts sprake van eenzijdige forumkeuze, indien de bevoordeling uitsluitend is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Nederlandse rechtspraak over bevoordeling van één van de partijen in het commune internationale privaatrecht voor de invoering van art. 8 Rv is in de par. 11.3.5 reeds behandeld. Art. 17 lid 4 Verdrag werd soms naar analogie toegepast.1 De hoofdregels met betrekking tot bevoordeling en afwijking van een forumkeuze luiden als volgt:
Bevatte de forumkeuze uitdrukkelijk een mogelijkheid voor één der partijen om zich tot een ander gerecht dan het aangewezen gerecht te wenden, dan was zulks toegestaan. Art. 8 Rv — ook na wijziging door inwerkingtreding van Wetsvoorstel 28 863 — heeft niets aan deze situatie veranderd.
Indien de forumkeuze niet uitdrukkelijk één van de partijen een keuzemogelijkheid verschaft of bevoordeelt, kan de bevoordeelde partij afstand doen van haar rechten uit de forumkeuze. Van bevoordeling is sprake, indien de forumkeuze uitsluitend is tot stand gekomen in het belang van de eiser.2 Het criterium 'uitsluitend' wordt overigens zelden expliciet gebruikt. Bevoordeling in overwegende mate is niet voldoende. Dit criterium is niet ruimer dan art. 17 lid 4 Verdrag. Na de invoering van art. 8 Rv en de wijziging door de inwerkingtreding van Wetsvoorstel 28 863 is deze jurisprudentie niet meer van direct belang. De wetgever heeft door art. 8 Rv de mogelijkheid van de forumkeuze ten behoeve van één van partijen niet willen uitsluiten, maar evenals bij art. 23 EEX-V° zijn de mogelijkheden beperkt.
Het is nooit expliciet aan de orde geweest welke methode van rechtsvinding de gerechten gebruiken. De objectieve methode was heersend. De gerechten bekeken in het bijzonder of de verweerder — gelet op de omstandigheden van het geval belang heeft bij het beroep op de forumkeuze. Art. 8 Rv laat na het vervallen van art. 8 lid 3 sub a Rv de objectieve methode niet toe. Evenals onder art. 23 EEX-V° zal de bevoordeling volgens de subjectieve methode moeten blijken, dat wil zeggen expliciet zal uit de forumkeuze moeten volgen dat deze ten gunste van één van de partijen is gesloten.
Voor de uitleg van art. 8 Rv zal aansluiting moeten worden gezocht bij de jurisprudentie over art. 23 EEX-V°.3 De rechtspraak over art. 23 EEX-V° zal de interpretatie van art. 8 Rv derhalve beïnvloeden.