Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/5.4.1:5.4.1 Schuldeisers die zich op de aandelen (het vermogen) kunnen verhalen
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/5.4.1
5.4.1 Schuldeisers die zich op de aandelen (het vermogen) kunnen verhalen
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957948:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze structuur lijkt op een gangbare structuur van het fonds voor gemene rekening. Zie paragraaf 4.3.3.
Reden voor het instellen van het wettelijk pandrecht was om het ontbreken van de eigenaarsbevoegdheden bij de certificaathouders ten opzichte van de aandelen aan te vullen. Parl. Gesch. BW Boek 3 1981, p. 567-571. Zie verder over de geschiedenis van het ontstaan van art. 3:259 BW: Van der Velden 2008, p. 171-178 en paragraaf 6.4.2.
Parl. Gesch. BW Boek 3, p. 571.
ECLI:NL:RBROT:2015:2962, rov 2.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de situatie dat de stak geen andere activiteiten ontplooit dan het beheer van de aandelen, is dat kans dat er externe schuldeisers zijn die zich op het vermogen verhalen niet groot. De beheertaak leidt in beginsel niet tot het aangaan van overeenkomsten op basis waarvan vorderingen op de stak ontstaan. Het aantal schuldeisers wordt door het gebruik van een stak beperkt waardoor de mogelijkheid dat de aandelen aan verhaal door schuldeisers onderhevig zijn ook beperkt is.
Dit is anders op het moment dat in de stak meer vermogen en/of activiteiten zijn ondergebracht dan enkel aandelen. De stak zal in dat geval meer beheer- of andere activiteiten ontplooien die mogelijk leiden tot de aanwezigheid van schuldeisers. Het risico op verhaal op de aandelen door deze schuldeisers neemt in dat geval toe. Een groter verhaalsrisico kan worden voorkomen door de aandelen onder te brengen in een aparte bewaarstichting. De stak beheert in dat geval de aandelen als bestuurder in de bewaarstichting.1
Een aparte groep schuldeisers vormen de certificaathouders. Zij hebben een vorderingsrecht op de stak en zijn daarmee schuldeiser. Voor sommige certificaathouders heeft de wetgever een wettelijk pandrecht gecreëerd in art. 3:259 BW.2 Voor certificaten van aandelen in een besloten vennootschap geldt dat in de statuten van de besloten vennootschap vergaderrechten aan de certificaten toegekend moeten zijn. Alleen in dat geval verkrijgen de certificaathouders een wettelijk pandrecht op de aandelen. Het pandrecht verschaft aan de certificaathouders alleen een recht tot verkoop van de aandelen op het moment dat de stak niet overgaat tot uitbetaling van de uitkeringen waar de certificaathouders recht op hebben. De verkoop geschiedt door een bewindvoerder die op verzoek van een certificaathouder door de kantonrechter wordt benoemd.3 In de gepubliceerde rechtspraak is tot op heden geen uitspraak te vinden waarin van het gebruik van het pandrecht melding wordt gemaakt. De regeringscommissaris gaf bij de bespreking van het ontwerp van dit wetsartikel al aan dat het volgens hem geen veelgebruikt pandrecht zou gaan worden. Het is volgens de regeringscommissaris veel meer een middel om andere schuldeisers af te schrikken om zich op de aandelen te verhalen.4
Uit de rechtspraak is af te leiden dat de stak ook te maken kan krijgen met schuldeisers van de certificaathouders die zich willen verhalen op gelden die de stak nog niet aan de certificaathouders heeft uitgekeerd. Het betreft hier een derdenbeslag dat op grond van art. 475 Rv en verder onder de stak als schuldenaar van de certificaathouder kan worden gelegd. Een voorbeeld is de uitspraak van Rechtbank Rotterdam van 8 april 2015.5 Het ging in dat geval om een man die de aandelen in zijn holding had ingebracht in een stak en in ruil daarvoor certificaten had ontvangen. In de stak waren gelden aanwezig die afkomstig waren van uitkeringen die op de aandelen in de holding waren gedaan. Uit de statuten van de stak bleek dat die gelden onmiddellijk aan de certificaathouder ter beschikking gesteld moesten worden. De rechtbank oordeelde dat op die gelden een derdenbeslag door een schuldeiser van de man mogelijk was.6 Dergelijke derdenbeslagen hebben geen gevolgen voor de aandelen die door de stak beheerd worden. De privé-schuldeisers van de economisch belanghebbenden hebben in beginsel geen mogelijkheid om zich op de aandelen te verhalen waar de stak juridisch rechthebbende van is.