Inhoudsopgave
Ondernemingsrecht 2011/99:Afwijken van dwingend recht bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen op de voet van art. 2:349a BW jo. art. 2:8 lid 2 BW
Ondernemingsrecht 2011/99
Afwijken van dwingend recht bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen op de voet van art. 2:349a BW jo. art. 2:8 lid 2 BW
Documentgegevens:
Mr. F. Eikelboom, datum 07-11-2011
- Datum
07-11-2011
- Auteur
Mr. F. Eikelboom1
- JCDI
JCDI:ADS763464:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Wetingang
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Ondernemingskamer kan op de voet van 2:349a lid 2 BW iedere voorziening van voorlopige aard treffen, aldus de Hoge Raad in zijn Versatel II-beschikking. In de literatuur wordt zelfs betoogd dat de Ondernemingskamer onmiddellijke voorzieningen kan treffen die afwijken van dwingend recht. Deze bevoegdheid van de Ondernemingskamer wordt echter begrensd door het voorzien-bij-wet-vereiste van art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Om aan dat vereiste te voldoen, is niet voldoende dat art. 2:349a lid 2 BW voorziet in de bevoegdheid van de Ondernemingskamer om onmiddellijke voorzieningen te treffen. Ook de getroffen onmiddellijke voorzieningen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.