Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/7.1:7.1 Inleiding
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630527:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Volledigheidshalve merk ik op dat een alternatief ook alleen wenselijk is als sprake is van een sfeerovergang van een onderneming en niet bij een echte al dan niet fictieve overgang van de onderneming naar een ander belastingplichtige bijvoorbeeld bij het overlijden van de belastingplichtige.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige hoofdstukken heb ik getoetst wat de gevolgen zijn van waardering van vermogensbestanddelen tegen de waarde in het economische verkeer op de fiscale openingsbalans en heb ik de gevolgen van deze methode onderzocht voor de winstbepaling bij een sfeerovergang. Mijn conclusie was dat de praktische uitwerking van waardering tegen waarde in het economische verkeer in specifieke casus niet leidt tot een bevredigende uitkomst. In dit hoofdstuk zal ik daarom onderzoeken of een andere methode beter is. De andere methode zal ik wederom toetsen aan de hand van het volgende toetsingskader:
Is de uitwerking in overeenstemming met de uitgangspunten van het totaalwinstbeginsel, dat wil zeggen:
alleen de daadwerkelijk gerealiseerde opbrengsten en gemaakte kosten die toerekenbaar zijn aan de belaste periode behoren tot de van de totaalwinst, tenzij de hoogte van de winst is beïnvloed door het onzakelijk handelen ten behoeve van een gelieerde (rechts)persoon. De hoogte van de winst moet worden gecorrigeerd voor de effecten van dat onzakelijke handelen.
alle voordelen verkregen uit de onderneming die toerekenbaar zijn aan de belaste periode zijn onderdeel van de totaalwinst. Dit is het geval als er een milieuverband tussen de voordelen en de bedrijfsuitoefening van de onderneming is.
Worden de voordelen op een adequate manier toegerekend aan de belaste periode, dat wil zeggen: worden de voordelen toegerekend aan de periode waarin ze worden veroorzaakt door de bedrijfsuitoefening?
Is sprake van een duidelijk en praktisch toepasbaar systeem?
Aangezien de grensoverschrijdende sfeerovergangen recent zijn geharmoniseerd en een alternatief systeem in internationale verhoudingen alleen werkt als hierover internationale afstemming bestaat, ben ik van mening dat een alternatief beperkt dient te worden tot de binnenlandse sfeerovergangen. De voorstellen voor grensoverschrijdende sfeerovergangen zal ik in paragraaf 7.5.2 behandelen. De compartimenteringsleer voor de objectvrijstellingen is niet gebaseerd op het totaalwinstbeginsel en hiervoor heeft de Hoge Raad aparte regels gemaakt. In dit hoofdstuk ga ik hier niet meer op in, omdat deze regels al zijn uitgewerkt in paragraaf 4.6, waar ik ook mijn aanbevelingen ten aanzien van de compartimenteringsleer uiteen heb gezet. Het alternatieve systeem dient mijns inziens daarom beperkt te worden tot de volgende sfeerovergangen:1
De sfeerovergang door ontstaan of eindigen van de subjectieve belastingplicht, omdat (i) een lichaam een onderneming gaat drijven of de door het lichaam gedreven onderneming eindigt, of (ii) de wet wijzigt waardoor een subjectieve vrijstelling (niet meer) van toepassing is, of (iii) de feiten en omstandigheden wijzigen waardoor een subjectieve vrijstelling (niet meer) van toepassing is.
In paragraaf 7.2 maak ik een inventarisatie van de alternatieve methoden. Op basis daarvan zal ik een voorstel doen voor een alternatief systeem. In paragraaf 7.3 zal ik dit systeem verder uitwerken en vervolgens in paragraaf 7.4 toetsen aan de hand van de casus die ik ook in hoofdstuk 6 heb onderzocht. Tot slot zal ik in paragraaf 7.5 aangeven hoe een alternatief systeem mijns inziens het best geïmplementeerd kan worden. In dit hoofdstuk staat de volgende subonderzoeksvraag centraal: Op welke wijze kan de belastingheffing van ondernemingen bij een sfeerovergang worden verbeterd en hoe kunnen deze verbeteringen het beste worden geïmplementeerd?