Einde inhoudsopgave
Aanwijzing OM-strafbeschikking (2022A003)
2.3 Het horen van de verdachte
Geldend
Geldend vanaf 15-04-2022
- Redactionele toelichting
De datum van afkondiging is de datum van de Staatscourant.
- Bronpublicatie:
05-04-2022, Stcrt. 2022, 9133 (uitgifte: 05-04-2022, regelingnummer: 2022A003)
- Inwerkingtreding
15-04-2022
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
05-04-2022, Stcrt. 2022, 9133 (uitgifte: 05-04-2022, regelingnummer: 2022A003)
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Het horen van een verdachte door de officier van justitie1. vindt slechts plaats wanneer er een strafvorderlijke noodzaak is, te weten in de gevallen waarin:
- –
- –
de officier van justitie horen noodzakelijk acht, bijvoorbeeld om tot een zorgvuldige schuldvaststelling en/of strafoplegging te komen. Horen in gevallen waarin geen wettelijke hoorplicht bestaat, dient uitzondering te zijn.
Wanneer de officier van justitie ten aanzien van een jeugdige voornemens is een strafbeschikking ter zake van een misdrijf of ter zake van een overtreding van de Leerplichtwet uit te vaardigen is het uitgangspunt gelet op het pedagogische karakter van het jeugdstrafrecht de jeugdige te horen.
Van de wettelijke verplichting te horen kan niet worden afgezien, ook niet wanneer daarmee zou worden ingestemd door de verdachte.
Van het horen wordt een verslag opgemaakt. Het horen van de verdachte kan op verschillende manieren plaatsvinden, onder andere fysiek in een OM-hoorgesprek, via een videoverbinding of telefonisch. Telefonisch horen van de verdachte vereist instemming van de verdachte.
Indien wordt afgeweken van door de verdachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunten, dan worden de redenen die tot afwijken hebben geleid in dit verslag opgenomen, voor zover deze niet reeds mondeling zijn opgegeven. De artt. 29 tot en met 29c Sv, inzake zwijgrecht, cautie, recht op een tolk en identificatie van de verdachte zijn van toepassing, alsmede het recht van verdachte zich te doen bijstaan door een raadsman. Voor jeugdigen gelden daarnaast de artt. 491, tweede lid, (rechtsbijstand)2. en 491a Sv (oproeping ouder, voogd of vertrouwenspersoon).
In geval de officier van justitie voornemens is een taakstraf, ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (OBM) of een gedragsaanwijzing op te leggen, staat in het kader van het horen zowel de vraag centraal of de verdachte daaraan kan voldoen als de vraag of hij daaraan wil voldoen. Bij het voornemen een geldboete op te leggen staat, zo er een strafvorderlijke noodzaak is om te horen, centraal of de verdachte daaraan kan voldoen. Horen is niet gericht op het bereiken van consensus.
Voetnoten
Het horen in het kader van een taakstraf van 121 tot en met 180 uur, een OBM of een gedragsaanwijzing moet door een officier van justitie plaatsvinden. Een uitzondering hierop vormt de algemene gedragsaanwijzing inhoudende reclasseringstoezicht. Deze bevoegdheid mag worden gemandateerd.
In afwijking van art. 491, lid 2, wordt de Raad voor de rechtsbijstand ook ingelicht indien het voornemen bestaat om in een strafbeschikking ter zake van een misdrijf een taakstraf op te leggen die meer dan twintig uren zal belopen, dan wel betalingsverplichtingen uit hoofde van geldboete en schadevergoedingsmaatregel, die afzonderlijk of gezamenlijk meer belopen dan € 115.