Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/16.5:16.5 Rechtsherstel door de Duitse rechter
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/16.5
16.5 Rechtsherstel door de Duitse rechter
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197333:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
BVerfG 22 juni 1995, BVErfGE 93, 165.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het BVerfG heeft éénmaal een belastingheffing in strijd met artikel 14 (recht op eigendom) van de Duitse grondwet geoordeeld. In het arrest van 22 juni 19951 oordeelde het dat een vermogensbelasting uitsluitend mag worden geheven als deze kan worden betaald uit de vruchten van het vermogen en de vermogensbelasting en inkomstenbelasting tezamen niet meer dan 50% van het inkomen bedragen (de Halbteilungsgrundsatz, zie par. 15.3). Overeenkomstig zijn rechtspraak over het gelijkheidsbeginsel leidde dit echter niet tot rechtsherstel aan de belastingplichtige, maar louter tot een verklaring van onverenigbaarheid. De achtergrond van deze terughoudende benadering is dezelfde als in Nederland: het is aan de wetgever om een keuze te maken tussen de verschillende mogelijkheden om een schending van het grondrecht op te heffen. Een verschil met Nederland is dat het BVerfG een concrete datum noemt waarvóór de wetgever moet ingrijpen en de wet moet wijzigen. In Duitsland reageerde de wetgever op het arrest over het Halbteilungsgrundsatz door de vermogensbelasting af te schaffen.