NJB 2016/1183:Wettelijke rente. Verdeling nalatenschap. Een zoon heeft onrechtmatig gelden onttrokken aan het vermogen van zijn moeder. Na haar overlijden moeten de gelden worden terugbetaald aan de nalatenschap. Het hof berekent ‘wettelijke rente + 1%’, omdat de moeder een dergelijke rente placht te bedingen bij leningen aan de zoon. Hoge Raad: Ingevolge art. 6:119 lid 1 BW bestaat de schadevergoeding wegens vertraging in de voldoening van een verschuldigde geldsom – in dit geval de schadevergoeding wegens de onttrekkingen –, in de wettelijke rente van die som over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening daarvan in verzuim is geweest. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de zoon heeft aangevoerd dat hij niet meer dan de wettelijke rente verschuldigd is, was het hof gebonden aan de maatstaf van art. 6:119 lid 1 BW