De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/11.4.2.1:11.4.2.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/11.4.2.1
11.4.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS363935:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf analyseer in welke gevallen ook een vermoeden van acting in concert zou moeten gelden. Hamvraag is steeds of de gerechtvaardigde verwachting bestaat dat partijen niet onafhankelijk zullen optreden (zie eerder § 11.2). Er moet met andere woorden gegronde reden zijn om aan te nemen dat in een bepaald geval sprake zal zijn van gedragscoördinatie. In een aantal gevallen is dat aan de orde (§ 11.4.2.3-11.4.2.7).
Een belangrijk uitgangspunt is dat zowel de bestaande als de door mij bepleite vermoedens, slechts opportuun zijn indien zij voor weerlegging vatbaar zijn (zie § 11.5.2). De introductie van nieuwe, onweerlegbare vermoedens acht ik onredelijk belastend voor de markt, gelet op de onduidelijkheid die de huidige regeling kenmerkt en in de praktijk voor genoeg problemen zorgt (§ 1.2).