Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/2.4.1
2.4.1 Onderzoek op basis van de Faillissementswet
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675696:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De belangrijkste oorzaken van faillissementen waren in 2015 economische factoren zoals toename concurrentie, omzet- of prijsdalingen, buitenlandse economische veranderingen of smaakveranderingen bij het publiek (47,4%). In 25,5% van de gevallen lag de oorzaak in mismanagement (boekhoudkundige gebreken, personeelsproblemen, organisatorische problemen, marketingmissers, etc.). Zie CBS 2016, §3.5. Een faillissement dat hier een uitzondering op vormt is het faillissement van DigiNotar. Zie voor meer informatie Prins 2011 en Van der Meulen 2013.
Vriesendorp 2017.
Wanneer de curator stuit op evident onrechtmatig verzamelde persoonsgegevens, dient hij verdere verwerkingen tot een minimum te beperken of zelf een nieuwe grondslag te creëren.
De curator is op basis van de Faillissementswet belast met het beheer en de vereffening van de boedel.1 Hij moet onder meer onderzoek doen naar de oorzaken van het faillissement.2 De onvoldoende bescherming van persoonsgegevens zal doorgaans geen oorzaak van het faillissement zijn en dus buiten het oorzakenonderzoek vallen.3 Dient de curator dan daarnaast nog onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van de verwerking van de persoonsgegevens die hij aantreft? Een dergelijke algemene onderzoeksplicht zou kunnen bestaan op basis van de Faillissementswet of op basis van de AVG. Ik bespreek beide opties.
Op basis van de Faillissementswet zou een dergelijke plicht kunnen liggen in een algemene onderzoeksplicht van de curator. De curator hoeft zo’n onderzoek echter niet zonder meer uit te voeren. Volgens Vriesendorp moet steeds worden afgewogen of een onderzoek loont. Hij noemt een algemeen geldende onderzoeksplicht voor de curator “onnodig en bovendien ongewenst”.4 Daarbij sluit ik mij graag aan. De verplichting tot het doen van onderzoek zal moeten afhangen van hetgeen de curator aantreft in het faillissement. De curator is waarschijnlijk niet gehouden tot onderzoek naar de rechtmatigheid van de persoonsgegevens die hij bij de schuldenaar aantreft, indien er geen gegronde redenen voor een dergelijk onderzoek aanwezig zijn.5 Nergens in de wet staat een aanleiding om deze plicht aan te nemen. Daarnaast kan een gebrek aan boedelactief in de praktijk een reden voor de curator zijn om terughoudend te zijn met het uitvoeren van onderzoek.