RAV 2024/34
Letselschade. Worden de civielrechtelijke regels van de stelplicht en de bewijslast ten aanzien van de partij die ook betrokken is in een strafzaak en een ontkennende verdachte is, beïnvloed door het strafrechtelijke beginsel van de onschuldpresumptie?
Hof Amsterdam 06-02-2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:241
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
6 februari 2024
- Magistraten
Mrs. J.F. Aalders, P.J. van Eekeren, P.A.M. Jongens-Lokin
- Zaaknummer
200.312.000/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS960568:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Staatsrecht / Rechtspraak
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2024:241, Uitspraak, Hof Amsterdam, 06‑02‑2024
- Wetingang
Art. 6:162 BW; art. 6 EVRM; art.149 Rv
Essentie
Letselschade. Mishandeling. Onrechtmatige daad. Onschuldpresumptie. Procesrecht. Bewijsrecht.
Worden de civielrechtelijke regels van de stelplicht en de bewijslast ten aanzien van de partij die ook betrokken is in een strafzaak en een ontkennende verdachte is, beïnvloed door het strafrechtelijke beginsel van de onschuldpresumptie?
Samenvatting
Geïntimeerde en appellant zijn in de nacht van 24 op 25 juli 2020 aanwezig geweest op een familiefeest. Op 25 juli 2020 heeft geïntimeerde zich bij de Spoedeisende Hulp van het Amsterdam UMC gemeld vanwege een verwonding aan de knie. Er is een ruptuur van de patellapees vastgesteld. Op 26 november 2020 doet geïntimeerde aangifte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.