RAV 2026/13
Immateriële schade. Was het oogmerk van de verdachte gericht op het toebrengen van immateriële schade?
HR 25-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1447
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 november 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/04871
- Conclusie
A-G mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD51485:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1447, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:930, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
- Wetingang
Art. 6:106 BW; art. 285 Sr
Essentie
Immateriële schade. Bedreiging.
Was het oogmerk van de verdachte gericht op het toebrengen van immateriële schade?
Samenvatting
De verdachte in een strafzaak heeft in een aan de gemeente gerichte e-mail het volgende geschreven over een voormalig burgemeester: “Dus koop een grafkist XL en trap haar onder de grond. Daar hoort dit manwij[f] (…) thuis, tussen de wormen, voor altijd. dan pas zal ik rust vinden.” Het hof heeft deze tekst gekwalificeerd als een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285 Sr). De verdachte is hiervoor en voor een reeks strafbare beledigingen veroordeeld tot een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.