Het slachtoffer (PWS nr. 19) 2023/1
Hoofdstuk 1 Inleiding
mr. N.A. Schipper, mr. L.A.J. Kock, datum 01-03-2023
- Datum
01-03-2023
- Auteur
mr. N.A. Schipper, mr. L.A.J. Kock
- JCDI
JCDI:ADS705997:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Omwille van de leesbaarheid is er in dit boek voor gekozen om met hij/hem te verwijzen naar ‘het slachtoffer’. Hetzelfde geldt voor ‘de benadeelde’..
Wet van 17 december 2009 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en de Wet schadefonds geweldsmisdrijven ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, Stb. 2010, 1.
Wet van 21 april 2021 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht in verband met de nadere versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, Stb. 2021, 220.
Corstens/Borgers & Kooijmans 2021, p. 14.
Het slachtoffer1 is niet meer weg te denken uit de huidige strafrechtspraktijk en neemt in alle fases van het strafproces een belangrijke rol in. Naast het doen van aangifte en het optreden als getuige, kunnen slachtoffers onder meer zich als benadeelde partij voegen in het strafproces, het spreekrecht uitoefenen en zich beklagen over de niet of niet-verdere vervolging van een verdachte, indien het Openbaar Ministerie daartoe besluit. Wie het Eerste Boek van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bekijkt, ziet daarin naast de titels van de verdachte (Titel II) en de raadsman (Titel III) een zelfstandige titel van het slachtoffer (Titel IIIA). Deze titel voorziet in een aantal definities (art. 51a Sv), de rechten van het slachtoffer (art. 51aa-51e Sv) en het recht op schadevergoeding (art. 51f-51h Sv). De invoering van Titel IIIA in 2011 betekende de wettelijke verankering van de positie van het slachtoffer als procesdeelnemer in het strafproces en had daarom ook een grote symbolische waarde.2 Sindsdien is de positie van het slachtoffer verder verstevigd en hebben de belangen van slachtoffers in het strafrecht een steeds prominentere rol gekregen. De meest recente uitbreiding betreft de Wet uitbreiding slachtofferrechten, waardoor de positie van het slachtoffer in de fase van het voorbereidend onderzoek, tijdens het onderzoek ter terechtzitting en de tenuitvoerleggingsfase wordt verstevigd.3 Deze wet treedt gefaseerd in werking, waardoor ten tijde van het schrijven van dit boek de wet slechts gedeeltelijk in werking was. Ten aanzien van de bepalingen die nog niet in werking waren gesteld, was op dat moment onduidelijk wanneer dat zou gaan plaatsvinden. Niettemin wordt er ook aan die bepalingen aandacht besteed in dit boek.
Dat de positie van het slachtoffer in het strafproces aan kracht heeft gewonnen, komt ook tot uitdrukking in de huidige doelen en functies van het strafproces. Naast het hoofddoel van het strafproces, te weten het realiseren van de juiste toepassing van het materiële strafrecht, wordt het bieden van de gelegenheid aan slachtoffers om deel te nemen aan het strafproces tegenwoordig een nevendoel genoemd. Het strafproces kan daardoor beter de nevenfunctie van het oplossen van het geschil tussen de dader en het slachtoffer gaan vervullen.4 In het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering wordt bovendien voorgesteld om een artikel in het nieuwe wetboek op te nemen waarin wordt vastgelegd dat de opsporing van strafbare feiten op een manier gebeurt die recht doet aan de belangen van het slachtoffer.
Het doel van dit boek is om de huidige positie en de rechten van het slachtoffer in het strafproces – en daarbuiten – volledig en overzichtelijk in kaart te brengen. In dit boek worden theorie en praktijk met elkaar gecombineerd. Dat wil zeggen dat niet alleen aandacht wordt besteed aan de wettelijke bepalingen waarin slachtofferrechten zijn vastgelegd en de wetsgeschiedenis daarvan, maar dat ook aan de hand van literatuur en jurisprudentie uitgebreid wordt besproken hoe deze bepalingen in de praktijk fungeren. Het boek is geschreven met het oog op zowel de magistratuur, de Rechtspraak en het OM, als de advocatuur en andere personen die het slachtoffer van een strafbaar feit bijstaan. Dit boek is daarom bij uitstek geschikt om als handboek te dienen voor de strafrechtspraktijk.
In hoofdstuk 2 wordt de ontwikkeling van de positie van het slachtoffer in het strafproces beschreven aan de hand van de (nationale, internationale en Europese) regelingen die de belangrijkste wijzigingen teweeg hebben gebracht.
Zoals gezegd voorziet Titel IIIA in een zelfstandige titel in het Wetboek van Strafvordering van het slachtoffer. Deze titel staat centraal in hoofdstuk 3. De rechten die in Titel IIIA Sv zijn vastgelegd, zijn kort gezegd de volgende: het recht op een correcte bejegening, het recht op informatie, het recht op kennisneming van processtukken, het recht op bijstand en vertegenwoordiging, het recht op vertaling, het spreekrecht en het recht op schadevergoeding en bemiddeling. Bij de bespreking van de rechten van het slachtoffer in hoofdstuk 3 (en in het vervolg van dit boek) houden wij de opsomming in Titel IIIA Sv aan en hanteren wij waar mogelijk een wetssystematische volgorde. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat de rechten die aan het slachtoffer toekomen niet limitatief zijn opgesomd in Titel IIIA, maar daarnaast verspreid zijn vastgelegd in (onder meer) het Wetboek van Strafrecht (o.a. de schadevergoedingsmaatregel) en het Wetboek van Strafvordering (o.a. de art. 12 Sv-procedure).
Hoofdstuk 4 richt zich op de bescherming van het slachtoffer. Door de steeds grotere rol van het slachtoffer in het strafproces is ook de zichtbaarheid van het slachtoffer en de aandacht voor hem in de media toegenomen. Dat is lang niet altijd gewenst. In toenemende mate wordt in het maatschappelijke en politieke debat dan ook gesproken over de bescherming van de privacy van het slachtoffer. De huidige privacybeschermingsmogelijkheden worden in dit hoofdstuk beschreven. Naast deze privacybescherming staat ook de fysieke en psychische bescherming van het slachtoffer steeds meer centraal. Strafrechtelijk zijn er verschillende beschermingsmaatregelen die een verdachte/veroordeelde verbieden om contact te zoeken met het slachtoffer. De verschillende modaliteiten komen in dit hoofdstuk ook aan bod.
Het spreekrecht (art. 51e Sv) en de vordering benadeelde partij (art. 51f e.v.) worden gelet op de omvangrijkheid van deze rechten afzonderlijk geadresseerd in respectievelijk hoofdstuk 5 en 6. In hoofdstuk 5 wordt het spreekrecht besproken aan de hand van onder andere de schriftelijke slachtofferverklaring, de spreekrechtwaardige strafbare feiten, de spreekgerechtigden, de omvang en het moment van het spreekrecht, de verschijningsplicht van de verdachte en de uitoefening van het spreekrecht buiten de aanwezigheid van de verdachte.
In hoofdstuk 6 staat de vordering benadeelde partij centraal. Het in kaart brengen van dit recht vindt plaats door de bespreking van onder meer de voegingsgerechtigden, de wijze van voeging, de behandeling van de vordering ter terechtzitting, de ontvankelijkheidseisen van art. 361 Sv en de civiele beoordeling van de vordering. Uitvoerig wordt stilgestaan bij de van toepassing zijnde bepalingen uit het civiele recht en de schadeposten waarvoor een vergoeding in het strafproces gevorderd kan worden.
De schadevergoedingsmaatregel (art. 36f Sr) neemt de inning van de toegewezen schadevergoeding uit handen van het slachtoffer en staat juridisch gezien los van de vordering benadeelde partij. Deze maatregel wordt daarom afzonderlijk behandeld in hoofdstuk 7. In dit hoofdstuk besteden wij aandacht aan de voorwaarden voor oplegging van de maatregel, de verhouding tussen de vordering benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel, de schadevergoedingsmaatregel bij een OM-strafbeschikking en de mogelijkheid om conservatoir beslag te leggen. Ook wordt ingegaan op de executie van de maatregel en de mogelijkheid om gijzeling toe te passen. Tot slot wordt in dit hoofdstuk de voorschotregeling besproken.
Hoewel het straf(proces)recht voorziet in voorzieningen ter compensatie van de schade voor slachtoffers van een strafbaar feit waarbij de verdachte bekend is en wordt vervolgd, is de huidige praktijk helaas dat veel slachtoffers geen dader in het strafproces kunnen aanspreken. De andere compensatiemogelijkheden die een slachtoffer van een strafbaar feit heeft, worden in hoofdstuk 8 beschreven. In dit hoofdstuk wordt kort stil gestaan bij verzekeringen en sociale zekerheid. Ook komen de tegemoetkoming van het Schadefonds Geweldsmisdrijven en het Waarborgfonds Motorverkeer aan de orde. Verder worden het noodhulpfonds voor slachtoffers en de mogelijkheid van crowdfunding genoemd en wordt aandacht besteed aan de mogelijkheid om een civiele procedure te starten. Tot slot wordt ingegaan op de verplichting tot schadeherstel of de storting van een geldbedrag aan het Schadefonds Geweldsmisdrijven of een ander slachtofferfonds als bijzondere voorwaarde.
In hoofdstuk 9 wordt vervolgens ingegaan op een aantal andere rechten die het slachtoffer heeft en die niet zijn vastgelegd in Titel IIIA Sv. Dit betreffen onder meer het recht op het doen van aangifte, klacht politiesepot en het indienen van een klacht op grond van art. 12 Sv. Andere rechten die aan bod komen zijn het laten verrichten van onderzoek naar besmettelijke ziektes op grond van art. 151e en art. 151g Sv, het verzoek tot teruggave van een in beslaggenomen goed en het recht op afschrift van het vonnis en het proces-verbaal der terechtzitting. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de onderwerpen: omissie OM, de toegang tot het bijwonen van de terechtzitting, de mogelijkheid van wraking door het slachtoffer en/of de benadeelde partij en de oplegging van bijzondere voorwaarden ten aanzien van het gedrag van de veroordeelde.
In hoofdstuk 10 gaan wij kort in op de positie en de rechten van het slachtoffer in hoger beroep en cassatie. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk beschreven welke verdere mogelijkheden een benadeelde partij heeft bij de civiele rechter om zijn schade te verhalen op de dader.
Op basis van het voorgaande lijkt het erop alsof het slachtoffer een groot aantal rechten toekomt, hetgeen theoretisch gezien ook het geval is. Een heikel punt in de praktijk is echter de effectuering van deze rechten. Het komt met regelmaat voor dat slachtofferrechten niet of niet volledig worden nageleefd. Een probleem dat zich dan vaak voordoet is dat de wet ten aanzien van een aantal rechten niet voorziet in een wijze waarop slachtoffers de uitoefening van deze rechten kunnen afdwingen. Deze kwestie wordt in hoofdstuk 11 geadresseerd.
Ten slotte wordt in hoofdstuk 12 een blik geworpen op toekomstige ontwikkelingen omtrent het slachtoffer in het strafproces. Het ziet er namelijk niet naar uit dat de ontwikkeling van de positie van het slachtoffer en zijn rechten in het strafproces de komende jaren stil zal komen te staan. In tegendeel, in 2021 heeft de commissie-Donner geadviseerd hoe het toekomstig schadevergoedingsstelsel voor slachtoffers van strafbare feiten eruit moet komen te zien. Daarnaast wordt het Wetboek van Strafvordering gemoderniseerd en worden er ook in dat kader voorstellen gedaan ten aanzien van de positie van het slachtoffer en zijn rechten in het strafproces.
Het schrijfproces van dit boek is afgerond in maart 2023. Nadien verschenen literatuur en jurisprudentie is niet meer verwerkt.