NJ 2015/342
EEX-Verordening. Bevoegdheid. Art. 22 punt 1; exclusieve bevoegdheid; geschillen inzake zakelijke rechten op onroerende goederen; aard van verkooprecht. Art. 27 lid 1; litispendentie; begrip vorderingen tussen dezelfde partijen en met hetzelfde onderwerp; verband tussen art. 22 punt 1 en art. 27 lid 1; beoordelingscriteria voor aanhouding uitspraak.
HvJ EU 03-04-2014, ECLI:EU:C:2014:212, m.nt. Th.M. de Boer (Irmengard Weber/Mechthilde Weber)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
3 april 2014
- Magistraten
M. Ilešič, C.G. Fernlund, A. Ó Caoimh, C. Toader, E. Jarašiūnas
- Zaaknummer
C-438/12
- Conclusie
A-G N. Jääskinen
- Noot
Th.M. de Boer
- Roepnaam
Irmengard Weber/Mechthilde Weber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS153888:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2014:212, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 03‑04‑2014
- Wetingang
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door het Oberlandesgericht München (Duitsland) bij beslissing van 16 februari 2012.
EEX-Verordening. Bevoegdheid. Art. 22 punt 1; exclusieve bevoegdheid; geschillen inzake zakelijke rechten op onroerende goederen; aard van verkooprecht. Art. 27 lid 1; litispendentie; begrip vorderingen tussen dezelfde partijen en met hetzelfde onderwerp; verband tussen art. 22 punt 1 en art. 27 lid 1; beoordelingscriteria voor aanhouding uitspraak.
Samenvatting
Art. 22 punt 1 EEX-Verordening moet aldus worden uitgelegd dat de in die bepaling bedoelde categorie van gedingen inzake ‘zakelijke rechten op (…) onroerende goederen’ ook ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.