HR, 02-07-2024, nr. 23/02100
ECLI:NL:HR:2024:953
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
02-07-2024
- Zaaknummer
23/02100
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:953, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑07‑2024; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:544
In cassatie op: ECLI:NL:GHAMS:2023:1115
- Vindplaatsen
Uitspraak 02‑07‑2024
Inhoudsindicatie
Liquidatie voor woning slachtoffer in 2016 in woonwijk in Diemen door met een vuurwapen twaalf keer te schieten op slachtoffer in bijzijn van zijn 9-jarige zoon. Medeplegen moord (art. 289 Sr). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM, althans bewijsuitsluiting op de grond dat sprake is van vormverzuimen, nu nader onderzoek aan bewijsmateriaal (pet) niet mogelijk was omdat dit voortijdig was vernietigd, art. 359a Sv. Is het recht op eerlijk proces geschonden? 2. Eigen waarneming hof m.b.t. gezichtsbeharing verdachte, art. 339.1 jo 340 Sv. Feitelijke onmogelijkheid? HR: art. 81.1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02100
Datum 2 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2023, nummer 23-000201-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat in Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.