JWB 2015/34
Insolventierecht
HR 23-01-2015, ECLI:NL:HR:2015:117
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 januari 2015
- Zaaknummer
14/05206
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Insolventierecht (V)
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:117, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑01‑2015
ECLI:NL:PHR:2014:2191, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑11‑2014
- Wetingang
Essentie
Insolventierecht
Samenvatting
Casus
Aan de orde is de tussentijdse beeindiging van een wettelijke schuldsaneringsregeling.
Beslissing
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De Hoge Raad "is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3). De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren." De overweging van de P-G luidt als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.