Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.4.4
8.4.4 Praktijk lidstaten
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291548:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Hierbij ben ik uitgegaan van de Country Tax Guides – VAT, hoofdstuk 9 van iedere afzonderlijke lidstaat van IBFD. Beschikbaar op: www.ibfd.org, geraadpleegd op 31 december 2020. Zie ook: conclusie A-G Sharpston 6 december 2018, zaak C-566/17, V-N 2019/3.18, punt 95 (Związek Gmin Zagłębie Miedziowego).
Conclusie A-G Sharpston 6 december 2018, zaak C-566/17, V-N 2019/3.18, punt 96 (Związek Gmin Zagłębie Miedziowego).
Omdat ik de Poolse taal niet machtig ben, ben ik uitgegaan van de door IBFD opgestelde Engelse vertaling van de Poolse btw-wet. Beschikbaar op: https://research.ibfd.org/#/doc?url=/collections/vatleg/html/vatleg_pl_01_eng.html#vatleg_pl_01_eng__td1_tts25, geraadpleegd op 31 december 2020.
Art. 86 lid 2a Poolse btw-wet.
Art. 86 lid 2b Poolse btw-wet.
Voor zover ik heb kunnen nagaan, is er op één lidstaat na – Polen – geen enkele lidstaat die een specifieke wettelijke regeling heeft getroffen voor de splitsing van de btw op kosten die zowel toerekenbaar zijn aan belastbare als onbelastbare handelingen.1 In een aantal lidstaten, waaronder Nederland (zie paragraaf 8.4.5) en Zweden, bestaat er wel beleid op grond waarvan de belastingplichtige gehouden zijn om een passende splitsingsmethode te kiezen en toe te passen onder voorbehoud van toezicht door de belastingdienst.2 Op grond van het Securenta-arrest dient een pre pro rataregeling echter niet in beleid, maar in wetgeving te worden geregeld (zie paragraaf 8.4.3.3).
Polen kent een specifieke wettelijke pre pro rataregeling sinds 1 januari 2016. Deze regeling is te vinden in art. 86 lid 2 van de Poolse btw-wet (PTU 2004).3 In art. 86 lid 2a van de Poolse btw-wet is geregeld dat de toegepaste verdeelsleutel de meest geschikte moet zijn gelet op de aard van de verrichte handelingen en de verworven goederen of diensten.4 Dit is het geval indien deze splitsingsmethode verzekert dat alleen de btw die toerekenbaar is aan de belastbare handelingen voor aftrek in aanmerking komt én zij objectief weergeeft welk deel van de btw toerekenbaar is aan de belastbare handelingen.5 In art. 86 lid 2c van de Poolse btw-wet is de volgende niet-limitatieve lijst opgenomen van verdeelsleutels die gebruikt kunnen worden:
het jaarlijkse gemiddelde aantal personen dat uitsluitend werkzaamheden verricht die verband houden met belastbare handelingen in het totale jaarlijkse gemiddelde aantal personen dat werkzaamheden verricht binnen en buiten het kader van een economische activiteit;
het jaarlijkse gemiddelde aantal arbeidsuren met betrekking tot werk dat verband houdt met belastbare handelingen in het totale jaarlijkse gemiddelde aantal werkuren besteed aan werk dat verband houdt met belastbare en onbelastbare handelingen;
de jaaromzet uit belastbare handelingen in de jaaromzet van de belastingplichtige uit belastbare handelingen plus inkomsten uit andere handelingen, met inbegrip van subsidies en andere soortgelijke steun, ontvangen voor de financiering van onbelastbare handelingen van die belastingplichtige;
de gemiddelde jaarlijkse oppervlakte die wordt gebruikt voor de belastbare handelingen in de totale jaarlijkse gemiddelde oppervlakte die wordt gebruikt voor zowel belastbare als belastbare handelingen.
Uit artikel 86 lid 2c tot en met lid 2g van de Poolse wet volgt dat voor de vaststelling van het pre pro rata gekozen is voor een overeenkomstige toepassing van art. 175 Btw-richtlijn. Dit houdt in dat het pre pro rata op jaarbasis wordt vastgesteld, uitgedrukt in een percentage en op een hogere eenheid afgerond.
Dat alleen Polen beschikt over een specifieke wettelijke pre pro rataregeling betekent niet dat alle lidstaten met uitzondering van Polen in gebreke zijn. Het is immers mogelijk dat, zoals in Duitsland het geval is, uit de btw-wetgeving volgt dat ook de Securenta-knip moet plaatsvinden op basis van de imperatieve gebruikmethode. Ook een dergelijke pre pro rataregeling kan naar mijn mening volstaan (zie paragraaf 8.4.3.3). Omdat alleen Denemarken, Duitsland, Ierland en Nederland de imperatieve gebruikmethode geïmplementeerd hebben (zie paragraaf 8.3.4) en in ieder geval in Nederland niet wettelijk is geregeld dat de pro ratamethode en de gebruikmethode op overeenkomstige wijze toegepast wordt bij de splitsing van de btw op kosten die toerekenbaar zijn aan belastbare en onbelastbare handelingen (zie paragraaf 8.4.5), kunnen hooguit drie lidstaten op deze wijze hebben voorzien in een wettelijke pre pro rataregeling die de toets van de richtlijnconforme kritiek kan doorstaan. Het is mogelijk dat uit de btw-wetgeving in andere lidstaten wel volgt dat de pro ratamethode (en – indien geïmplementeerd – ook de sectormethode en/of de facultatieve gebruikmethode) op analogische wijze wordt (of kan worden) toegepast, maar zoals uit paragraaf 8.4.3.3 volgt kan een dergelijke wettelijke pro rataregeling leiden tot uitkomsten die in strijd zijn met het Securenta-arrest. Het voorgaande betekent dat bijna alle lidstaten – meer dan een decennium na het Securenta-arrest – niet of niet volledig voldoen aan de verplichting om te voorzien in een wettelijke pre pro rataregeling die voldoet aan de eisen die het Hof – met name op grond van het beginsel van de fiscale neutraliteit – hieraan stelt.