NJ 2013/326
Ambtshalve onderzoek door nationale rechter van oneerlijk karakter van beding. Verplichting voor nationale rechter die ambtshalve oneerlijk karakter van beding vaststelt om partijen te verzoeken om hun opmerkingen in te dienen alvorens uit deze vaststelling consequenties te trekken. Bedingen van overeenkomsten waarmee bij onderzoek van oneerlijk karakter rekening moet worden gehouden.
HvJ EU 21-02-2013, ECLI:EU:C:2013:88, m.nt. M.R. Mok (Banif Plus Bank/Csaba Csipai)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
21 februari 2013
- Magistraten
A. Tizzano, M. Ilešič, E. Levits, M. Safjan, M. Berger
- Zaaknummer
C-472/11
- Conclusie
A-G mr. P. Mengozzi
- Noot
M.R. Mok
- LJN
BZ5271
- Roepnaam
Banif Plus Bank/Csaba Csipai
- JCDI
JCDI:ADS96940:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Vrij verkeer
EU-recht / Rechtsbescherming
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2013:88, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 21‑02‑2013
- Wetingang
Essentie
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Fövárosi Bíróság (voorheen Fövárosi Törvényszék, Hongarije) bij beslissing van 16 juni 2011.
Ambtshalve onderzoek door nationale rechter van oneerlijk karakter van beding. Verplichting voor nationale rechter die ambtshalve oneerlijk karakter van beding vaststelt om partijen te verzoeken om hun opmerkingen in te dienen alvorens uit deze vaststelling consequenties te trekken. Bedingen van overeenkomsten waarmee bij onderzoek van oneerlijk karakter rekening moet worden gehouden.
Samenvatting
De art. 6 lid 1 en 7 lid 1 Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.