Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/8.4.3.1.2:8.4.3.1.2 Verhouding op nationaalrechtelijk niveau
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/8.4.3.1.2
8.4.3.1.2 Verhouding op nationaalrechtelijk niveau
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS493051:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de invoering van art. 29 Wet OB 1968 (vanaf 2017) meen ik dat er, meer dan voorheen, een nauw inhoudelijk band bestaat tussen de regels omtrent oninbare vorderingen en onbetaalde schulden. Dat de wetgever niet heeft gekozen voor gelijkluidende terminologie doet aan deze visie niet af. Enkel de door de wetgever gekozen bewoordingen in art. 29 lid 5 en 8 Wet OB 1968 zorgen voor een verschil. Anders dan art. 29 lid 5 Wet OB 1968 koppelt art. 29 lid 8 Wet OB 1968 de herziening van de herziening niet aan de (eerdere) materiële herziening, maar aan de feitelijke herziening, dat wil zeggen: aan toepassing van art. 29 lid 8 Wet OB 1968 wordt enkel toegekomen als de aftrek in eerste instantie feitelijk is gecorrigeerd. Dit staat op gespannen voet met het Unierecht en het rechtskarakter van de btw. Omdat sprake is van een sterke materiële samenhang, meen ik dat van de correcties ook een nauwe onderlinge samenhang uitgaat.