Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/5.3.2.2
5.3.2.2 Regeling van de gevolgen op bestuursniveau
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS461974:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 23 mei 2003,ARO 2003, 88 (Duo Staal).
OK 13 december 2006,ARO 2007, 12 (Daidalos); OK 17 december 2007,ARO 2008, 10 (De Hasker Appelhof Holding). De OK bepaalt bovendien dat de door haar benoemde bestuurders zelfstandig bevoegd zijn de vennootschap te vertegenwoordigen.
OK 23 juni 1994,NJ 1995, 456, dictum (ITP Holland Beleggingsmaatschappij). De OK wijzigt de statuten als volgt: ‘1. in afwijking van de artikelen 11 en 14 van de statuten wordt geen [RvC] ingesteld. Het bestuur van de vennootschap wordt in plaats daarvan onder toezicht gesteld van een voorzitter, als zodanig wordt benoemd [L]; 2. aan artikel 11 wordt toegevoegd lid 8, luidende: De directie vergadert ten minste éénmaal in de twee weken. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. De directeuren hebben ieder één stem, de voorzitter heeft geen stem. Indien de meerderheid na twee stemmingen niet is verkregen beslist de voorzitter.’
Aldus ook: OK 23 november 2000,JOR 2001, 10 (Gebroeders Langedijk); OK 21 juni 2001,JOR 2001, 184 (EMO Groep).
OK 30 november 2000,JOR 2001, 4, r.o. 3.8 (Zwagerman Beheer). De OK vernietigt ook nog twee (tegenstrijdig belang)besluiten waarvan naar haar oordeel genoegzaam vaststaat dat zij niet in het belang van de vennootschap zijn genomen. Ter vergelijking: in OK 1 december 1994, NJ 1995, 502 (Vleesbedrijf J.W. van Asselt) en OK 21 juni 2001,JOR 2001, 184 (EMO Groep) oordeelt de OK dat het vernietiging van besluiten geen passende voorziening is, ook omdat hierbij rechten van derden zijn betrokken.
OK 4 juli 2007,ARO 2007, 126, dictum (Samlerhuset Group).
OK 11 januari 1990, NJ 1991, 548 (Joh. Friesendorp, m.nt. Maeijer). De OK vernietigt het besluit van de AVA tot benoeming van de dochter van [S] om het beheer van de directeur in geval van diens ontstentenis of belet tijdelijk waar te nemen (vergelijk tekstnummer 146, noot 98) en benoemt de voorzitter van de RvC als zodanig, en voert daarnaast een wijziging door in de statuten, inhoudend dat het bestuur wordt opgedragen aan een directie bestaande uit een directeur die op bindende voordracht van de RvC wordt benoemd door de AVA, die deze directeur te allen tijde kan ontslaan. De door de OK getroffen voorzieningen en de regeling van de gevolgen van de benoeming van de commissarissen zijn (ook) te kennen uit OK 7 maart 1991, rekestnr. 45/88 OK (Joh. Friesendorp).
148. Regeling van de gevolgen van de benoeming van medebestuurders. De Ondernemingskamer kent in diverse beschikkingen waarin zij een buitenstaander tot medebestuurder benoemt, aan deze medebestuurder een beslissende stem toe in geval de stemmen in het bestuur staken, hetzij op grond van art. 2: 357 lid 2 BW1, hetzij door een statutaire aanpassing.2Teneinde het bestuur van ITP Holland Beleggingsmaatschappij te versterken, volstaat de Ondernemingskamer niet met de benoeming van een buitenstaander [H] tot medebestuurder (naast enig bestuurder [W]), maar wijst zij tevens [L] als voorzitter van het bestuur aan met een beslissende stem in geval de stemmen in het bestuur staken.3 In een aantal procedures worden de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurders geïnstrueerd. Zo dient de bij De Hasker Appelhof Holding aangestelde bestuurder vanwege het steeds aanwezige gevaar van belangenverstrengeling te waken over de belangen van de minderheidsaandeelhoudster en wordt hem opgedragen te onderzoeken of sprake is geweest van onterechte geldstromen van de vennootschap naar andere vennootschappen (en zo ja, in welke omvang het wanbeleid benadeling van de vennootschap tot gevolg heeft gehad; zie rechtsoverweging 3.14 en dictum), terwijl het bestuur van ITP Holland Beleggingsmaatschappij de opdracht krijgt de restitutie te bewerkstelligen van niet gerechtvaardigde onttrekkingen als in het onderzoeksverslag vermeld (rechtsoverweging 5.6). Het bestuur van RLA dient het, zo valt te lezen in rechtsoverweging 3.3, tot zijn taak te rekenen om voor de meningsverschillen een oplossing te bedenken. Ook dient het te komen tot een beslissing omtrent een redelijke huur, daarbij in aanmerking genomen het betalen van de verbouwings- en inrichtingskosten door RLA, en moet het de kwestie van de door beide partijen genoten ‘representatiekosten’ regelen. De van beide bestuurders te verlangen prestaties dienen te worden omschreven, met aanpassing eventueel van hun beloning, en in het algemeen dient een kostenverlaging te worden bewerkstelligd.
149. Regeling van de gevolgen van de benoeming van commissarissen. Hoewel Zwagerman Beheer zelf reeds enige maatregelen heeft genomen met het oog op een betere informatieverstrekking aan de minderheidsaandeelhouders en een be-tere naleving van formele voorschriften (vergelijk art. 2: 355 lid 5 BW), oordeelt de Ondernemingskamer dat verder strekkende voorzieningen noodzakelijk zijn om het steeds aanwezige gevaar van belangenverstrengeling tegen te gaan. Zij kent daarom aan de door haar benoemde commissaris de bevoegdheden toe van een RvC van een structuurvennootschap (Afdeling 6, Titel 5 van Boek 2 BW).4 Lettend op de bijzondere omstandigheden van het geval, zal de commissaris met name ook dienen te waken over de gerechtvaardigde belangen van de minderheidsaandeelhouders. In dat kader zal hij onder meer de door een van de aandeelhouders voorgenomen start van concurrerende activiteiten dienen te begeleiden en dienen alle transacties tussen de vennootschap en haar aandeelhouders – of daarmee verbonden vennootschappen – ter goedkeuring aan hem te worden voorgelegd.5 De RvC van Samlerhuset Group wordt voor een periode tot 1 augustus 2010 de bevoegdheid verleend, met terzijdestelling van hetgeen daaromtrent in de statuten is bepaald, (een) bestuurder(s) van de vennootschap te benoemen, te schorsen en te ontslaan.6
Bijzondere aandacht verdient de beschikking inzake Joh. Friesendorp. De belangen van de aandeelhouders en 82 werknemers van Joh. Friesendorp vergen dat zo spoedig mogelijk in de opvolging van bestuurder [S] wordt voorzien. De drie commissarissen – die worden benoemd voor een periode van bijna vier jaar – krijgen daarom niet alleen tot taak toezicht te houden op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken, maar met name ook om ‘een geschikte kandidaat te zoeken die binnen een termijn van 12 maanden na heden door de AVA als directeur dient te worden benoemd als opvolger van [S], die op de datum waarop de benoeming van zijn opvolger ingaat, dient te worden ontslagen. De [RvC] heeft de bevoegdheid ter zake een bindende voordracht aan de [AVA] te doen; de [RvC] heeft voorts tot taak de [AVA] en de directie met raad ter zijde te staan, zo dikwijls hem daarom wordt gevraagd of zo dikwijls hij uit eigen beweging meent daartoe te moeten overgaan. (...). De [RvC] kan zich bij de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer deskundigen voor rekening van de vennootschap. Iedere commissaris heeft krachtens een besluit van de [RvC] te allen tijde toegang tot alle lokaliteiten bij de vennootschap in gebruik en is krachtens een dergelijk besluit bevoegd inzage te nemen van alle boeken en bescheiden en correspondentie, tot het controleren der kas en de verdere geldswaarden en tot kennisneming van alle plaats gehad hebbende handelingen. De [RvC] vergadert zo dikwijls als een zijner leden het wenselijk acht. De vergaderingen worden schriftelijk met inachtneming van een termijn van twee weken bijeengeroepen indien een der commissarissen zulks verlangt. De [RvC] neemt besluiten bij volstrekte meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter. De [RvC] kan ook buiten vergadering besluiten nemen. Zodanige besluiten kunnen slechts tot stand komen nadat het desbetreffende voorstel aan alle commissarissen is voorgelegd en geen hunner zich tegen deze wijze van besluitvorming heeft verzet. Van een en ander wordt aantekening gehouden in het notulenregister der commissarissenvergaderingen, welke aantekening door alle commissarissen zal worden ondertekend. De directeur is verplicht, indien hij daartoe wordt uitgenodigd, de vergaderingen van de [RvC] bij te wonen en alle verlangde inlichtingen te verstrekken. De [RvC] kan uit zijn midden een gedelegeerd commissaris aanwijzen die meer in het bijzonder met het dagelijks toezicht op hetgeen door de directie wordt verricht zal zijn belast en die de directie daarbij met advies terzijde staat.’7