Rb. Rotterdam, 06-03-2015, nr. ROT 14-5192
ECLI:NL:RBROT:2015:1467
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
06-03-2015
- Zaaknummer
ROT 14-5192
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2015:1467, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 06‑03‑2015; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Uitspraak 06‑03‑2015
Inhoudsindicatie
Het beroep is ingesteld meer dan een jaar nadat ingebrekestelling heeft plaatsgevonden en is daarmee onredelijk laat in de zin van artikel 6:12 lid 4 Awb. Eiser heeft geen omstandigheden aangevoerd waaruit de rechtbank kan afleiden dat hij niet in verzuim is. Dat een eerder al door hem ingesteld beroep wegens hetzelfde niet tijdig beslissen (ECLI:NL:RBROT:2014:5912) niet-ontvankelijk is verklaard bij uitspraak van 22 juli 2014 omdat hij niet tijdig het volledige griffierecht had voldaan, komt voor zijn risico en heft het verzuim niet op. Het beroep is dus niet ontvankelijk.
Partij(en)
RECHTBANK ROTTERDAM
Zittingsplaats Dordrecht
Team Bestuursrecht 2
zaaknummer: ROT 14/5192
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2015 in de zaak tussen
[Naam], te [plaats], eiser,
en
het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Binnenmaas, verweerder,
gemachtigden: mw. Vaassen en dhr. Cok.
Procesverloop
Bij brief van 15 juli 2013 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld en verzocht binnen 14 dagen de gewenste gegevens (documenten aangaande de benoeming en het mandaat van de heffingsambtenaar van verweerder) te verstrekken.
Verweerder heeft bij brief van 14 oktober 2013, verzonden 15 oktober 2013, geantwoord.
Bij brief van 1 augustus 2014 heeft eiser beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2015. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Overwegingen
1. Het beroep is ingesteld meer dan een jaar nadat ingebrekestelling heeft plaatsgevonden en is daarmee onredelijk laat in de zin van artikel 6:12, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser heeft geen omstandigheden aangevoerd waaruit de rechtbank kan afleiden dat hij niet in verzuim is. Dat een eerder al door hem ingesteld beroep wegens hetzelfde niet tijdig beslissen (ECLI:NL:RBROT:2014:5912) niet-ontvankelijk is verklaard bij uitspraak van 22 juli 2014 omdat hij niet tijdig het volledige griffierecht had voldaan, komt voor zijn risico en heft het verzuim niet op. Het beroep is dus niet ontvankelijk.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.W.F. van Deyzen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
6 maart 2015.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.