WR 2022/160
Algemene voorwaarden – 230a-bedrijfsruimte – gebreken – schadevergoeding: gebrek aan vloer; exoneratiebedingen; algemene bepalingen huurovereenkomst kantoorruimte ROZ 2003; uitleg allonge
Hof Amsterdam 10-05-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:1401
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
10 mei 2022
- Magistraten
Mrs. E.M. Polak, J.C.W. Rang, D. Kingma
- Zaaknummer
200.265.491/01
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS675465:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Huurrecht / Huur van bedrijfsruimte
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Huurrecht / Verplichtingen huurder en verhuurder
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2022:1401, Uitspraak, Hof Amsterdam, 10‑05‑2022
ECLI:NL:GHAMS:2019:3569, Uitspraak, Hof Amsterdam, 24‑09‑2019
- Wetingang
Art. 7:204, 7:208 en 7:209 BW
Essentie
Algemene voorwaarden – 230a-bedrijfsruimte – gebreken – schadevergoeding: gebrek aan vloer; exoneratiebedingen; algemene bepalingen huurovereenkomst kantoorruimte ROZ 2003; uitleg allonge
Samenvatting
Verhuurster komt een beroep toe op de art. 11.5 en 11.6 van de algemene bepalingen, de inhoud van de allonge staat daaraan niet in de weg. De rechtsvoorgangster van verhuurster, was bij het aangaan van de huurovereenkomst op 1 februari 2007 niet bekend met het gebrek aan de vloer. Dat de hoogteverschillen in de vloer zich al hadden voorgedaan toen de huidige verhuurster op 1 oktober 2015 het gehuurde in eigendom verkreeg, is niet van betekenis ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.