Einde inhoudsopgave
Besluit aftrek van omzetbelasting 2020
3.3.4.3 Aftrek naar werkelijke gebruik
Geldend
Geldend vanaf 01-07-2025
- Bronpublicatie:
26-11-2024, Stcrt. 2024, 38540 (uitgifte: 10-12-2024, regelingnummer: 2024-13975)
- Inwerkingtreding
01-07-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
26-11-2024, Stcrt. 2024, 38540 (uitgifte: 10-12-2024, regelingnummer: 2024-13975)
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
De aftrek wordt niet vastgesteld op basis van het pro rata als de ondernemer of de inspecteur aannemelijk maakt dat het werkelijk gebruik, als geheel genomen voor alle algemene kosten, niet overeenkomt met de aftrek van voorbelasting zoals die wordt vastgesteld volgens de omzet pro rata. Hierbij geldt dat het werkelijk gebruik, voor alle algemene kosten tezamen, moet worden bepaald via een objectieve verdeelsleutel gebaseerd op bijvoorbeeld financiële gegevens (zoals marges, relevante opbrengsten1.) of m2-gebruik of m3-gebruik. Het gaat om een verdeelsleutel die het werkelijk gebruik van algemene kosten, dat wil zeggen, gemengd gebruikte goederen en diensten, weergeeft voor belaste en vrijgestelde ondernemersactiviteiten. Die verdeelsleutel moet berusten op objectief en nauwkeurig vast te stellen gegevens, die van dien aard zijn dat het werkelijke gebruik daarmee objectief en nauwkeurig is vast te stellen2.. Het is niet toegestaan om meerdere pro rata's (of verdeelsleutels) op (delen van de) gemengd gebruikte goederen en diensten toe te passen3..
Het is voor andere goederen dan investeringsgoederen niet mogelijk om per in gebruik genomen goed een afzonderlijke aftrek naar werkelijke gebruik toe te passen. Een gemengde toepassing van omzet pro rata en werkelijk gebruik aftrek is niet toegestaan voor algemene kosten4..
Voor de aftrek voor onroerende investeringsgoederen gelden speciale regels (zie hoofdstuk 4). Voor deze goederen geldt dat het werkelijk gebruik voor elk investeringsgoed afzonderlijk moet worden beoordeeld (artikel 11, vierde lid, van de beschikking). Voor de bepaling van het werkelijk gebruik moet een onroerende zaak als geheel in aanmerking worden genomen. Gedeelten van een onroerende zaak die zich lenen voor volledig zelfstandig gebruik, zoals een zelfstandig gedeelte voor wonen en een zelfstandig gedeelte voor werken, kunnen echter wel afzonderlijk in de beoordeling van het werkelijk gebruik worden betrokken.
Voetnoten
HvJ 10 juli 2014, zaak C-183/13 (Banco Mais), ECLI:EU:C:2014:2056.
HR 23 februari 2018, nr. 16/04051, ECLI:NL:HR:2018:267 en HR 15 juni 2012, nr. 10/01746, ECLI:NL:HR:2012:BU1929.
HR 11 november 2022, nr. 20/01521, ECLI:NL:HR:2022:1608.
HR 10 januari 2014, nr. 09/01485, ECLI:NL:HR:2014:9.