Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/6.2:6.2 Worden extra juridische posities onderdeel van het bestaande subjectieve recht of niet?
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/6.2
6.2 Worden extra juridische posities onderdeel van het bestaande subjectieve recht of niet?
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS302848:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Smith 2007, p. 1752–1753.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
220. Wanneer een extra juridische positie wordt verschaft aan de rechthebbende van een subjectief recht en er een grote mate van samenhang is tussen de juridische positie en het subjectieve recht, dan kunnen er twee dingen gebeuren. De juridische positie kan onderdeel van het subjectieve recht uit gaan maken, of er los van blijven staan. Ik bespreek daar onder randnummer 221 een aantal voorbeelden van. Het verschil tussen beide is voor de originele rechthebbende maar betrekkelijk (zie echter randnummer 223 voor opvolgend verkrijgers van het subjectieve recht). Zowel in het geval de juridische positie onderdeel uitmaakt van het subjectieve recht, als dat deze er los van staat, kan de juridische positie worden ingeroepen door de subjectief gerechtigde. Ook zal de juridische positie in beide gevallen niet meer kunnen worden ingeroepen zodra het bestaande subjectieve recht ophoudt te bestaan. De reden om toch tussen beide gevallen te onderscheiden is daarom vooral om het recht eenvoudig te houden. We versimpelen het rechtsverkeer door bij elkaar horende juridische posities samen te voegen tot één subjectief recht (zie randnummer 192 e.v.). Dat maakt het eenvoudiger voor de gerechtigde om erover te beschikken en voor derden om zich van inbreuk te onthouden.1
221. De vraag is dan welke juridische posities zodanig bij elkaar horen dat ze een herkenbaar geheel vormen. Een aanwijzing daarvoor is gelegen in de aard van juridische posities. Iedere juridische positie correspondeert met de juridische positie van een specifieke wederpartij. (zie paragraaf 3.3.2) Daarnaast verwijzen juridische posities soms naar een specifiek rechtsobject (zie paragraaf 3.4.4). Aan de hand van de wederpartij en eventuele verwijzing naar een rechtsobject kan worden bepaald of de juridische positie in kwestie onderdeel is van een bestaand subjectief recht, of een eigen subjectief recht (met eigen ‘perimeter of protection’) gaat vormen. Om een bundel van juridische posities herkenbaar te houden, geldt over het algemeen namelijk dat subjectieve rechten (afgezien van de ‘perimeter of protection’) slechts offensieve juridische posities bevatten die zien op dezelfde wederpartij. Bestaat de inhoud van een subjectief recht dus uit ‘claims’ en/of ‘powers’, dan heeft steeds dezelfde wederpartij de daarmee corresponderende ‘duties’ en/of ‘liabilities’. Het is dan duidelijk tegen wie het subjectieve recht kan worden uitgeoefend. Daarnaast geldt dat juridische posities bij elkaar worden gebundeld tot een subjectief recht als zij verwijzen naar één en hetzelfde rechtsobject. Verwijst een juridische positie binnen een subjectief recht bijvoorbeeld naar een bepaald stuk grond, dan is er binnen dat subjectieve recht geen ruimte voor juridische posities die verwijzen naar een ander rechtsobject dan dat stuk grond. Dat zorgt ervoor dat duidelijk is op welk rechtsobject de juridische posities betrekking hebben. Is er sprake van juridische posities die zien op verschillende wederpartijen of verschillende rechtsobjecten, dan ligt het dus niet voor de hand dat deze posities onderdeel uitmaken van het hetzelfde subjectieve recht. Een voorbeeld kan dat verduidelijken:
A heeft een vordering tot betaling van een geldbedrag door B op een afgesproken datum. De inhoud van dit subjectieve recht wordt gevormd door een ‘claim’ jegens B dat deze op de afgesproken datum het geldbedrag voldoet. Er zijn verschillende manieren waarop het subjectieve recht van A kan worden aangevuld.
Stel dat A en B afspreken dat A het recht heeft de vordering onder bepaalde omstandigheden direct opeisbaar te maken. De ‘claim’ die A jegens B heeft tot het betalen van een geldbedrag wordt dan aangevuld met een ‘power’ om de juridische posities van A en B aan te passen door de vordering opeisbaar te maken. Voorafgaand aan het uitoefenen van de ‘power’ door A had B een ‘liberty’ om (nog) niet te betalen en A een ‘no-right’ om terstond betaling af te dwingen. Door het uitoefenen van de ‘power’ veranderen deze posities in een ‘duty’ om terstond te betalen, respectievelijk een ‘claim’ om terstond betaling af te dwingen. Zowel de ‘claim’ tot betaling van het geldbedrag als de ‘power’ om de vordering opeisbaar te maken gelden jegens dezelfde wederpartij; ze maken dus onderdeel uit van hetzelfde subjectieve recht.
Stel dat A en B een derde, C, bereid vinden om persoonlijke zekerheid te stellen voor de betaling van het geldbedrag door B. Naast de ‘claim’ die A jegens B heeft tot het betalen van het geldbedrag, verkrijgt A nu ook een ‘claim’ of ‘power’ tot betaling van het geldbedrag jegens C (afhankelijk van hoe de zekerheid precies wordt vormgegeven). Omdat de twee juridische posities verschillende wederpartijen hebben, maken ze onderdeel uit van verschillende subjectieve rechten: een vorderingsrecht jegens B en een persoonlijk zekerheidsrecht jegens C.
Stel dat A en B overeenkomen dat B ten gunste van A een zakelijk zekerheidsrecht vestigt op zijn auto om betaling van het geldbedrag te verzekeren. Naast de ‘claim’ die A jegens B heeft tot het betalen van het geldbedrag, verkrijgt A nu ook een ‘liberty’ jegens B om (in geval B het bedrag niet betaalt) de auto te verkopen. Hoewel de ‘claim’ en de ‘liberty’ beide B als wederpartij hebben, heeft enkel de laatste de auto als rechtsobject. Ze maken dus onderdeel uit van verschillende subjectieve rechten: een vorderingsrecht jegens B en een goederenrechtelijk zekerheidsrecht op de auto.
222. Eventueel kan ook worden aangesloten bij de opvatting van Smith over ‘modules’ om het bovenstaande verder te verklaren. Een module is een instrument voor het verwerken van informatie over hoe mensen zich dienen te gedragen ten aanzien van een rechtsobject (zie randnummer 193). Alle buitenstaanders die geen onderdeel van de module zijn, hoeven alleen te weten dat zij zich van inbreuk dienen te onthouden. Voor insiders geldt een veel hogere informatiedichtheid, zodat meer gedetailleerde afspraken kunnen worden gemaakt om de meerwaarde, die in het rechtsobject besloten ligt, te verzilveren. De twee typerende elementen van een module zijn dus het rechtsobject ten aanzien waarvan ‘governance strategies’ worden uitgevoerd en de insiders met wie dat gebeurt. Juridische posities die deze ‘governance strategies’ verder vormgeven ten aanzien van hetzelfde rechtsobject en met dezelfde wederpartij(en) vormen onderdeel van dezelfde module. Juridische posities die zien op een ander rechtsobject of een andere wederpartij kunnen daar beter buiten worden gehouden.
223. Juridische posities die onderdeel van het subjectieve recht uit (gaan) maken, delen in de ‘perimeter of protection’ van dat subjectieve recht. Wordt het subjectieve recht overgedragen, dan gaan alle juridische posities die er onderdeel van maken vanzelf mee over. Het gaat hier om opbouwen van een subjectief recht, door vast te stellen uit welke juridische posities het bestaat (zie stap 3 en 5 van het stappenschema in randnummer 215).
224. Juridische posities die geen onderdeel van het subjectieve recht worden, delen niet in de ‘perimeter of protection’ van het subjectieve recht. Zij zullen hun eigen ‘perimeter of protection’ moeten krijgen. Dat is vaak ook logisch; het zakelijke zekerheidsrecht uit het voorbeeld hierboven zal op een andere manier tegen inbreuk door derden moeten worden beschermd dan de vordering waarvan het zekerheidsrecht de betaling zekert. Voor dit onderzoek is vooral het andere verschil met juridische posities die onderdeel worden van een subjectief recht van belang. Anders dan deze laatste, gaan juridische posities die geen onderdeel van het subjectieve recht uitmaken niet vanzelf mee over bij overdracht van het subjectieve recht. Zij vormen een eigen subjectief recht, met een eigen ‘perimeter of protection’. Er zal een juridisch mechanisme moeten worden gebruikt om het ‘extra’ recht aan het bestaande recht te koppelen, zodat het tóch toekomt aan de opvolgend verkrijger van het bestaande subjectieve recht. Het gaat dan om het aanvullen van subjectieve rechten. Ik bespreek de mechanismen om subjectieve rechten aan te vullen in algemene zin in paragrafen 6.4-6.6. In paragraaf 7.5.4 bespreek ik hoe deze mechanismen idealiter werken. De mechanismen om subjectieve rechten aan te vullen in het Nederlandse recht, bespreek ik in hoofdstuk 13-17.