RAV 2024/61
WAM-verzekering. Is de aanvankelijke bestuurder nog ‘bestuurder’ in de zin van art. 4 WAM wanneer een inzittende plotseling aan de handrem trekt en het busje in een ongecontroleerde dwarsslip terechtkomt?
HR 17-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:726
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 mei 2024
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, K. Teuben
- Zaaknummer
23/00813
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS976838:1
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Aansprakelijkheid
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1022, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑07‑2024
ECLI:NL:HR:2024:726, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1166, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑12‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑01‑2023
- Wetingang
Essentie
Verkeersongeval. WAM-verzekering. Bestuurder.
Is de aanvankelijke bestuurder nog ‘bestuurder’ in de zin van art. 4 WAM wanneer een inzittende plotseling aan de handrem trekt en het busje in een ongecontroleerde dwarsslip terechtkomt?
Samenvatting
Een voetbalvereniging heeft een personenbusje bij REAAL, thans NN, tegen het WAM-risico verzekerd en een schadeverzekering voor inzittenden afgesloten. Tijdens het rijden trekt een inzittende plotsklaps de handrem aan, waardoor de achterwielen van het busje blokkeren, het busje in een ongecontroleerde dwarsslip raakt en tegen een betonnen pilaar botst. De ‘aanvankelijke’ bestuurder, thans slachtoffer, beroept zich voor zijn schade onder meer op de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.