NJB 2025/2467
Weerlegging door rechter van een beroep op een strafuitsluitingsgrond (i.c. noodweer): de feiten en omstandigheden waarop de rechter zich beroept bij zodanige weerlegging hoeven niet te blijken uit de gebruikte bewijsmiddelen en de rechter hoeft ook niet met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn verwerping het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend. Dat geldt ook als de wederrechtelijkheid (impliciet) bestanddeel is van het delict, zoals bij mishandeling als bedoeld in art. 300 Sr.
HR 14-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1446
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/01739
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1446, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:736, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑10‑2024
- Wetingang
Essentie
Weerlegging door rechter van een beroep op een strafuitsluitingsgrond (i.c. noodweer): de feiten en omstandigheden waarop de rechter zich beroept bij zodanige weerlegging hoeven niet te blijken uit de gebruikte bewijsmiddelen en de rechter hoeft ook niet met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn verwerping het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend. Dat geldt ook als de wederrechtelijkheid (impliciet) bestanddeel is van het delict, zoals bij mishandeling als bedoeld in art. 300 Sr.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – ‘[slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] in zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.