Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/13.1
13.1 Inleiding
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS949746:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
CDL-AD(2020)032 van de Venice Commission (14 december 2020), Guidelines on political party regulation. Second edition, par. 209; Van Biezen 2003, p. 20.
Zoals ik in de inleiding al vermeldde, richt ik mij op de verplichtingen die relevant zijn voor het verloop van de Tweede Kamerverkiezingen. Hoewel de vooralsnog afwezige regulering van partijfinanciering op lokaal niveau de nodige vragen oproept, blijft dat thema hier buiten beschouwing. Zie daarover wel Trapman 2022b, p. 26. Met het conceptvoorstel voor de Wpp is er eindelijk zicht op regulering van de financiering van lokale partijen. Zie daarover Trapman 2023a, p. 429-431; Trapman 2023b, p. 77-80.
Naast overheidssubsidies en eigen bijdragen van de partijleden is private partijfinanciering een belangrijke financieringsbron voor verkiezingscampagnes. Private financiering kan blijk geven van de maatschappelijke verankering van een politieke partij en is daarom in beginsel een gewenste bron van financiering.1 Er zijn echter verschillende redenen denkbaar om toch voorwaarden te stellen en grenzen te verbinden aan het ontvangen van donaties door politieke partijen. Dit hoofdstuk gaat in op die redenen voor het reguleren van private partijfinanciering en onderzoekt of het Nederlandse wettelijke kader, gelet op de uitgangspunten waaraan private partijfinanciering moet voldoen, toereikend is.
Allereerst besteed ik aandacht aan de ontwikkeling van het Nederlandse transparantieregime, vanaf het (vrijblijvende) ‘Convenant inzake de openbaarmaking van giften aan politieke partijen’ tot de invoering van de Evaluatiewet Wfpp in 2023, waarmee belangrijke kritiekpunten op de oorspronkelijke Wfpp uit 2013 zijn weggenomen (paragraaf 13.2). Vervolgens ga ik in op de ratio van transparantieregels op het gebied van partijfinanciering (paragraaf 13.3). De regels moeten allereerst de integriteit van partijen op het gebied van hun financiering waarborgen. Toegespitst op de uitgangspunten voor vrije en eerlijke verkiezingen staan transparantieverplichtingen daarnaast in dienst van het vertrouwen in het verkiezingsproces en de vrije meningsvorming van de kiezer. De paragrafen 13.4 tot en met 13.8 gaan in op verschillende aspecten van de transparantieverplichtingen. 2Zij behandelen achtereenvolgens de hoogte van de openbaar-makings- en registratiedrempel, het vraagstuk hoe om te gaan met giften van rechtspersonen, openbaarmakingstermijnen en giften in natura. Vervolgens komen twee aspecten van de Evaluatiewet Wfpp aan de orde waarbij de wetgever ‘verder’ gaat dan het vereisen van transparantie, door daadwerkelijk paal en perk te stellen aan de giften die partijen mogen ontvangen. Het gaat om de invoering van een giftenplafond (paragraaf 13.9), die een waarborg vormt voor de feitelijke kansengelijkheid tussen partijen, en een verbod op buitenlandse giften (paragraaf 13.10). In paragraaf 13.11 staat het toezicht op de naleving van de Wfpp centraal. Het hoofdstuk wordt afgesloten door paragraaf 13.12, waarin ik samenvat op welke wijze de uitgangspunten voor vrije en eerlijke verkiezingen doorwerken in de financieringsregels voor politieke partijen. Ik geef daarbij aan dat met de Evaluatiewet Wfpp belangrijke verbeteringen zijn doorgevoerd, die ervoor zorgen dat de regels beter beantwoorden aan de uitgangspunten van vrije meningsvorming van de kiezer, het vertrouwen in het verkiezingsproces en de feitelijke kansengelijkheid tussen partijen.